De kerktoren

Toen ik naar mijn tweede studentenkamer verhuisde, was hij daar: de kerktoren. Ik had een dakraam en zolang ik niet op mijn bed ging staan, zag ik alleen maar lucht en een ander dak, maar het lukte de spiegel die aan de muur hing wel. Op een of andere manier hing die precies goed om de kerktoren in beeld te brengen. Ik had geen klok op mijn kamer. Tenminste, er hing geen klok. De kerkklok in mijn spiegel hing op de plek waar je op mijn kamer best een klok had kunnen verwachten. Ik keek dus klok in spiegelbeeld. Sindsdien is het toch een beetje ‘mijn kerktoren’.

Dat veranderde niet toen ik naar het volgende studentenhuis verhuisde. Ik woonde nog steeds dichtbij genoeg om de kerkklokken te horen, maar ik kon hem niet meer zien. Ik hing een plastic klok aan de muur om de tijd meer bij te houden, maar ik bleef ervan overtuigd dat ik en de toren een speciale band hadden.

Soms voelt het een beetje als thuiskomen, als ik die toren zie. Vooral als ik in de trein zit, dan is die toren het eerste van de stad dat zichtbaar wordt, en dan weet ik: ik ben bijna thuis. Ook als ik op de fiets weg ben, moet ik op de terugweg vaak een flink eind in de richting van de toren fietsen. Die rol spelen de kerk en haar toren ook in mijn dromen. Als ik in een droom verdwaal, zie ik vaak ineens in de verte deze toren, waarna ik mijn weg weer terug begin te vinden.

Ik verhuisde weer, dit keer naar een studio, en kon de toren niet meer horen. Dat vond ik wel heel jammer, zeker in het begin. Ik woonde nu wel binnen geluidsbereik van twee andere torens, een daarvan had een carillon. Dat vond ik vreselijk. Ik was in die periode (okee, en nu nog steeds) extreem snel overprikkeld door geluid, en vaak was dat carillon, dat de hele zaterdag liedjes speelde om het winkelend publiek te vermaken, veel meer dan ik aan kon. Dan zat ik maar weer met oordopjes achter mijn computer in de hoop het geluid te ontwijken, wat altijd maar deels lukte.

Deze woning was ook vanwege andere geluidsbronnen absoluut niet geschikt voor mij, dus de verhuisdozen werden weer gepakt. Door op elke lootwoning van de woningbouw te reageren, kwam ik terecht waar ik nu woon. Het was dus geen bewuste keuze weer zo dicht bij die kerk te gaan wonen, maar mooi toeval. Ik en mijn kerktoren waren herenigd. De plastic klok had ik al lang niet meer, er waren te veel momenten waarop ik zo overprikkeld was dat ik haar getik niet kon verdragen en de batterij eruit haalde. Maar door de jaren heen had ik mezelf ook een andere manier van tijd bijhouden aangeleerd: op gehoor.

Als ik ’s nachts wakker werd, hoefde ik geen licht aan te doen of op een schermpje te kijken om te weten hoe laat het was. Gewoon even in het donker liggen tot ik ‘em hoorde slaan. En ik wist waar ik was in de nacht en hoe lang ik nog kon slapen. Hetzelfde gebeurde overdag. Elk half uur liet hij mij subtiel horen dat er weer dertig minuten verstreken waren. Het was geen exacte manier van klokkijken, want drie slagen kon zowel half drie als drie uur betekenen, en probeer maar eens 11 van 12 slagen te onderscheiden als je niet actief aan het meetellen bent, maar het was genoeg om globaal bij te houden hoeveel dag er al was verstreken.

Sinds een half jaar staat de klok stil zodat de toren gerestaureerd kan worden. Hartstikke belangrijk, maar ik mis hem. Ik mis regelmatig het begin van het nieuws, omdat de kerkklok niet om 6 uur sloeg en ik precies op tijd de tv aanzette om alle reclames, maar niets van het nieuws te missen. Ook komt het vaak voor dat ik denk dat het ongeveer een bepaald tijdstip is, maar er dan uren naast blijk te zitten. Ik heb een ouderwetse wekker op mijn slaapkamer gezet, zodat ik ’s nachts in één oogopslag de tijd kan zien. Ik ben een horloge gaan dragen en vroeg me af hoe ik het al die tijd zonder gedaan heb. Oh ja, de kerkklok.

Ik weet niet helemaal zeker of ik hem mis. Dat hij nooit meer twintig minuten lang slaat, om een kerk- of rouwdienst aan te kondigen is heerlijk. En tijdens een migraineaanval of zware overprikkeling is het ook wel prima dat er nu één geluid minder in mijn leven is. Het moeilijkst was het de eerste weken, toen ik nog gewend was aan een werkende kerkklok. De eerste twee dagen voelde ik me een beetje verloren, maar toen las ik in de plaatselijke kranten dat de toren gerestaureerd zou worden, en dat dat in oktober (2018) klaar zou zijn. Dat hielp. Ik had duidelijkheid: een wat, waarom en een wanneer.

Het wanneer klopte niet. Oktober bracht weer meer onzekerheid, omdat ik niet wist wanneer precies de klok weer zou slaan, maar oktober ging over in november, en de toren bleef zich stilzwijgend in steigers hullen. Inmiddels ben ik erachter wat het probleem is: er was veel meer verzakking, en dus veel meer werk. Nu zeggen de kranten dat het misschien wel tot april 2020 duurt. Dan zal de klok zeker niet meer in mijn ritme zitten, en zal ik de eerste weken weer flink moeten wennen. En deze stad kennende, zullen ze de klok de eerste weken extra veel en vaak slaan, om te vieren dat hij terug is. Zal ik dan blij zijn dat ‘mijn’ kerkklok het weer doet, of balen van de extra prikkels? Daar kom ik te zijner tijd wel achter. Voorlopig zal ik maar gewoon de tijd bijhouden zoals de meeste mensen dat doen: met mijn ogen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s