De verbouwing (deel 2)

Er zou een miniverbouwing plaatsvinden in mijn appartement en ook bij alle andere buren in mijn gebouw. Na maanden met vage berichten, krijg ik in november eindelijk iets concreets te horen. De plafonds in mijn inbouwkasten worden brandveilig gemaakt, en de berging krijgt een nieuw plafond.  In deel 1 schreef ik over de aanloop naar de verbouwing, en dat ik een paar dagen milde overlast verwachtte. Die verwachting kwam niet helemaal uit.

Op dinsdag maak ik een lange dag. Omdat therapie een eind reizen is heb ik meerdere afspraken op dezelfde dag gepland, dus ik had vandaag 3 uur therapie, en twee keer een uurtje met het OV. Ik doe het vaker op deze manier, ik kom dan behoorlijk overprikkeld thuis, en moet de rest van de dag niets dan rust en ontprikkelende dingen inplannen, maar het is beter dan twee keer in een week te moeten reizen.

Ik heb, uit de brief die gestuurd is geconcludeerd dat de verbouwing pas op donderdag begint. Het zaaggeluid dat mij thuis opwacht maakt duidelijk dat dit een foute aanname was. Dit is heftig. Ik was al overprikkeld, en het geluid is te heftig om te negeren. Ook mijn koptelefoon is niet sterk genoeg om deze prikkel buiten te sluiten. Ik eet lunch, ik probeer mezelf te kalmeren door monopoly te spelen. Ik speel het extreem repetitief tegen een paar voorspelbare computerspelers. Als ik goed functioneer is dit veel te saai, maar op zo’n moment kan de herhaling en de voorspelbaarheid me helpen weer tot rust te komen. Maar alles wordt overschreeuwd door dit geluid, dat elke paar minuten de gehele werkelijkheid doorklieft met zijn diepe bromtonen.  Als ik dan ook nog een stressvol bericht binnenkrijg, stort ik, soort van in.

Zo snel kan het gaan. ’s Ochtends was ik een normaal-functionerend mens met voldoende capaciteit om mijn redelijk lange dag aan te kunnen, ’s middags ben ik een hoopje ellende dat niets doet dan urenlang huilen. Eerst op mijn slaapkamer, maar als het geluid aan het einde van de middag stopt, op de badkamervloer terwijl ik stralen heet water over me heen laat vallen. Ik herpak mezelf genoeg om een tekstbericht naar mijn broertje te sturen, met de vraag om voor mij een afspraak telefonisch af te zeggen. Zelf bellen zou niks geworden zijn. Teddy is zelf ook niet zo’n held met telefoongesprekken, maar gelukkig regelt hij dit voor me.

De rest van de dag breng ik door in stilte met ontprikkelende activiteiten. De volgende dag voel ik me labiel, maar niet meer zo wanhopig als tijdens die lange huilbui. Veel te lang blijf ik thuis, met het geluid dat me aanvalt, inbeukt op mijn schedel, de werkelijkheid tot een onverdraaglijke plaats maakt. Uiteindelijk ben ik verstandig genoeg weg te vluchten, en onaangekondigd bij een vriendins huis te verschijnen. Daar blijf ik tot ik zeker kan weten dat het thuis weer stil is, voor de rest van de dag dan.

Ook donderdag begint het geluid, ik weet inmiddels dat het wordt veroorzaakt door het doorzagen van 12 cm dikke plafondplaten in de berging, al om half 8. Vanaf nu kan er ook bij mij aangebeld worden, al ben ik nummer twee. Maar mijn broertje is er nog niet, die komt pas met de trein van  8 uur. Als er nu aangebeld zou worden, zou het me niet eens meer lukken om uit te leggen dat ik ze niet binnen wil laten tot mijn broer er is. Ik zou alleen maar gaan huilen. Dus ik verlaat het pand, vergeet mijn fietslampjes maar wil niet terug naar binnen, en beland na een korte wandeling op een bankje in de winkelstraat, waar ik in het donker en de kou blijf zitten tot mijn broertje me komt halen.

Teddy is veilig. Hij is de enige die mij zonder woorden begrijpt. Als hij er is, komt alles wel weer goed. We gaan weer naar huis, wachtend op de deurbel die komt zodra mijn buurmans plafond geïsoleerd is. Het gezaag gaat door, elke paar minuten doorsnijdt het mijn gehoororganen. We dragen allebei een koptelefoon, ik met rustgevende muziek, zo hard mogelijk om het geluid een beetje te dempen. We praten niet, maar communiceren via korte berichten op internet. Ik speel 2048 (nog zo’n repetitief spel) en kijk youtubefilmpjes zonder geluid. Hij zet koffie, wast af, en begint dan tot mijn verbazing de koelkast schoon te maken.

De deurbel gaat maar niet, maar vragen stellen is ook eng. Dus we wachten, wachten, wachten. Uiteindelijk vraag ik hem zijn moed bij elkaar te rapen en naar de bouwvakkers in de berging te stappen. Het is dan al half 2. De bouwvakkers in de berging, die de plafondplaten doorzagen en zo dat vreselijke geluid veroorzaken, hebben geen flauw idee. De mensen die bij mij moeten zijn komen van een ander bedrijf. Teddy belt ze. Ze hebben zich die dag ziek gemeld. De vrouw aan de telefoon was nog van plan om mij te bellen.

Ik ga naar buiten, onmiddellijk. Wacht Teddy’s verslag van het telefoongesprek niet eens af, dat doe je buiten maar. Pas twee straten van mijn huis kan ik het vreselijke gezaag niet meer horen.

Het gezaag gaat door, op vrijdag en op maandag, maar nu heb ik geen reden om thuis te zijn. Ik breng ze door in het huis van vriendin A., en als zij behoefte heeft aan rust, ga ik gewoon in haar berging zitten.

Ik functioneer nog steeds nauwelijks, huil snel, ben bang om tegen vreemden te moeten praten. Overprikkeling en stress, ik weet niet wat de grootste factor is. Mijn telefoon neem ik niet op als de aannemer me herhaaldelijk probeert te bellen. Dat lukt niet meer. Uiteindelijk belt A. hen namens mij. Ze kunnen nog helemaal niks vertellen over wanneer mijn plafond onder handen wordt genomen, maar wel binnenkort.

Wekenlang laat ik de inhoud van de kasten waar ze bij moesten op de keukentafel liggen. Wekenlang klinken er op random momenten harde geluiden in het gebouw, altijd onaangekondigd, ik weet nooit waar ik aan toe ben. Wekenlang voelt het meer als overleven dan als leven. Ik zit niet zo slecht in mijn vel als tijdens de week van het zagen, maar ik ben extra gestresst, extra angstig, en extra overprikkeld.

Mijn woonbegeleider overtuigt me om meer duidelijkheid te vragen. Het gaat er niet om om wat gepast is of verwacht wordt, maar om wat ik nodig heb. Dat is een redelijk radicaal idee voor me. Mijn huis wordt 20 en 21 december onder handen genomen, en ik ben de laatste. Als ze klaar zijn met mij, zijn ze klaar. Die twee dagen breng ik buitenshuis door, een met elke winkel waar ik nog iets nodig heb bezoekend, en een lange tijd gewoon op een stationsbankje zittend, de andere ben ik gelukkig weer welkom bij A. Als ik thuiskom, is zelfs het dixietoilet wat er al die tijd stond weg, en kan ik eindelijk opgelucht ademhalen.

 

2 gedachten over “De verbouwing (deel 2)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s