Telefoon

‘Wat is er eigenlijk zo eng aan bellen?’ vraagt mijn woonbegeleider terwijl hij het nummer van mijn verzekering intoetst. Ik weet het niet. Ik weet alleen dat het eng is. De spanning neemt toe, mijn hartslag stijgt, en ik wil overal liever zijn dan in het hier en nu. Meestal grijp ik naar een rubik’s kubus, mijn favoriete stimspeeltje. Terwijl de woonbegeleider met de verzekering praat, luister ik mee, maar ik focus me allereerst op het oplossen van mijn kubus.

Nu moet ik zelf bellen. Vanaf vandaag mag ik bellen voor een voorlopige operatiedatum van mijn maagverkleining. Maar mijn woonbegeleider is deze week vrij, waardoor het nog bijna twee weken duurt voor ik weer een woonbegeleider zie. Zolang wil ik niet niet weten wanneer ik geopereerd word. Niet weten waar ik aan toe ben geeft ook stress, zeker als het om iets belangrijks als een operatie gaat. Mijn telefoon ligt naast me, ik moet gewoon even door de zure appel heen bijten. Toch zit ik uit te stellen. Eerst google ik op dwaze dingen, daarna schrijf ik deze blog. Alles is beter dan bellen.

Even googelen. Hier lees ik dat communicatie sneller gaat over de telefoon. Als je in het echt praat kun je met lichaamstaal vertraging inbouwen, en heb je meer denktijd voor je moet antwoorden. Aan de telefoon worden stiltes veel sneller opgevuld. Dezelfde blog noemt ook het gebrek aan lichaamstaal, maar aangezien ik daar behoorlijk blind voor ben, kan ik me niet voorstellen dat dáár voor mij het probleem zit. En onvoorspelbaarheid? Dat heb je in een echte conversatie ook. Ja, maar daar gaat het langzamer. In een echte conversatie komt de andere persoon je veel meer te hulp als hij ziet dat je ergens moeite mee hebt. Dan is het dus toch lichaamstaal. Niet de lichaamstaal die ik oppik, maar de lichaamstaal die ik onbewust uitzend.

Bij mij is gebeld worden overigens gemakkelijker dan bellen. Als ik gebeld word, kijk ik snel naar het nummer en vraag ik me af of ik dit op dit moment aankan. Dan haal ik diep adem, en neem ik op. Twee minuten later is het allemaal voorbij. De ander had een duidelijke vraag of boodschap, en ik moest reageren. Zelf met een vraag komen is lastiger. Zelf iemand moeten storen en me afvragen of het gelegen komt. Of, zoals in dit geval, misschien wel van menu naar menu gestuurd worden, en in de wacht staan, met een vreselijk overprikkelend muziekje.

Ook is het oké om mensen die heel dicht bij me staan te bellen. Als ik mijn zussen of moeder bel, voel ik weinig angst, en met mijn broer kan ik zelfs urenlang aan de telefoon hangen. Het helpt dat ik hen vaak genoeg bel, ik weet dat alles wat ik zeg oké is, en dat ik ook aan de telefoon mezelf kan zijn.

Het internet raadt me verder aan om als ik toch moet bellen, dat goed voor te bereiden. Wat kan ik verwachten? Wat wil ik vragen? Wat wil ik opschrijven? Als die voorbereiding gedaan is, kan ik beter zo snel mogelijk bellen. Hoe langer ik het uitstel, hoe langer ik in de spanning zit. Dus nu beëindig ik het schrijven van deze blog, en grijp ik, ondanks mijn angst, mijn telefoon.

Een gedachte over “Telefoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s