Muziek

In 2011 werd ik na een simpel griepje niet meer beter. Ik werd wel beter, maar ik kreeg mijn energie niet terug. Ik was moe. Zo moe, dat ik koude thee dronk. Het maken van de thee had me zo vermoeid dat ik het eerste uur er niet aan toe kwam om te drinken.

In die tijd kon ik amper tv kijken, niet lezen, en alleen maar rustgevende muziek verdragen. Ik werd gediagnosticeerd met chronischevermoeidheidssyndroom (CVS), en kreeg een behandeling die zowaar aansloeg. Ik moest elke dag 5 minuten wandelen (en dan was ik zo moe dat ik met mijn jas nog aan, met ogen dicht op de bank ging liggen). Daarna tien, vijftien, en zo langzaam steeds meer. Het ging steeds beter, en na een jaar begon ik zelfs weer te studeren.

Voor mijn ziekte was ik zo iemand die de hele dag met mp3-speler op rondliep. Ik luisterde van alles, door de jaren heen, maar als ik het me goed herinner was de laatste muziek waar ik weg van was voor mijn ziekte een of andere heavy-metal artiest.

In die tijd was muziek altijd beter dan stilte, omdat stilte nooit echt stil is. Ik gebruikte mijn mp3-speler om de geluiden van buiten te dempen, vooral op straat of in het ov. Toen werd ik ziek, en kon ik mijn eigen muziek niet meer verdragen. Zeker toen ik weer aan de studie begon, merkte ik hoeveel energie het me kostte om muziek te luisteren. Ik kon op een dag 2 uur studeren, of 1 uur muziek luisteren.

Ik diagnosticeerde mezelf met hyperacusis, dat kwam volgens wikipedia vaker voor in combinatie met CVS, en deed mijn best geluiden zo veel mogelijk te mijden. Ik leerde zonder muziek te leven, las meer gedichten, of songteksten die ik nog van vroeger kende en herinnerde er dan zelf de muziek bij.

Langzaam werd het beter. Een paar jaar later luisterde ik af en toe muziek op youtube. Zo ongeveer een cd per maand. Misschien zelfs twee. Toen kwam de autismediagnose, het besef dat veel autisten overgevoelig zijn voor geluid, en dat ze vaak een koptelefoon dragen. Ik kocht mijn eigen koptelefoon, en verkreeg toegang tot een spotify-account.

Ik begon mijn koptelefoon te gebruiken om de geluiden om mij heen te verdoven. Niet uitwissen, dat kan niet, maar wel verzachten, de aandacht ervan wegleiden. De koptelefoon werkt het best als hij zelf geluid produceert, dus ‘moest’ ik wel meer muziek gaan luisteren.

Ik begon heel eenvoudig. Keltische muziek die erg rustig was, en ik bovendien al uit mijn kindertijd kende. Daarna ook de band on earth die muziek schreef voor de achtergrond van podcasts. Al gauw was muziek weer beter dan stilte, omdat stilte nog steeds niet echt stil is. Zonder koptelefoon hoor ik auto’s, fietsen, buren, en dan geef ik liever diezelfde hoeveelheid energie uit aan het luisteren naar iets wat ik mooi vind.

Langzaamaan begon ik meer te variëren, meer te verdragen. Meest nog rustige muziek, al kan ik dingen met meer beat ook aan, als ik ze maar goed ken. Dus ik moet nieuwe muziek eerst luisteren op momenten dat ik erg goed in mijn energie zit, maar dan kan ik het later toevoegen aan de muziek die ik makkelijk aan kan. Zo vond ik William Matthews’ cd Kosmos een jaar geleden veel te luid (daarmee bedoel ik niet het volume, maar de hoeveelheid geluiden door elkaar heen), maar wel mooi, en kan ik die inmiddels als achtergrond aanzetten als ik een boek lees.

Langzaam krijg ik de muzikale wereld weer terug. Langzaam kan ik steeds meer gaan variëren tussen artiesten en genres. Het evenwicht is nog niet gevonden, want nu loop ik weer te véél met een koptelefoon op mijn hoofd rond. Ik wil ook leren mijn omgeving te verdragen. Geen muziek nodig hebben om mijn dag te overleven, maar muziek hebben als optie, om mijn dag mooier te maken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s