Nieuwe contacten

Ik had twee vriendinnen in de stad waar ik woon. Twee vriendinnen, en nog een hand vol kennissen via bijbelstudie en vrijwilligerswerk. Ik was me er al heel lang bewust van dat ik mijn sociale cirkels wat moest uitbreiden, dat twee vriendinnen best weinig is, vooral als ze allebei verhuisplannen hebben.

Ik wilde wel mijn kennissenkring uitbreiden, maar het is lastig. Ik ben nooit heel sterk geweest, sociaal. En door mijn gevoeligheid voor geluid vallen heel veel ontmoetingsplaatsen voor mij af. Een nieuwe vriendschap, ik weet niet eens waar ik moet beginnen. Elke email, telefoontje, of smsje is voor mij al een hindernis. Als ik met iemand afspreek weet ik niet hoe vaak dat moet, en op de afspraak zelf vind ik het moeilijk het gesprek gaande te houden of interesse te tonen in de ander.

Maar voor nu was het genoeg. Met O. ging ik elke maandag fietsen, met A. dronk ik elke woensdag thee. Met vrijwilligerswerk, bijbelstudie, literatuurclub, woonbegeleiding en therapie erbij, zag ik op deze manier bijna elke dag wel een of twee mensen. Voor mij genoeg. Mensen zijn lief, maar ze kosten energie. Voor elke sociale activiteit heb ik minstens net zolang aan alleentijd nodig om bij te komen.

Maar in februari werden voor beide vriendinnen de sluimerende verhuisplannen eindelijk concreet. A. leverde op de 28e haar sleutel in, terwijl ik ondertussen afscheid nam van O., die de volgende dag terug vloog naar haar thuisland.

A. bleef werken in mijn stad, dus haar kon ik blijven zien. Toch nam ik ook samen met mijn woonbegeleider contact op met een organisatie tegen eenzaamheid, met de vraag of ik een maatje kon krijgen. Dat kon ik, en een paar weken later al maakte ik kennis met J. Hij zou een jaar met me fietsen, en ondertussen me helpen om andere contacten te vinden. Ook werd ik uitgenodigd voor het vriendencafé, waar ik op laagdrempelige manier andere stadsgenoten kon ontmoeten. Daar ontmoette ik G., met wie ik nu regelmatig bel.

Toen sloeg Corona toe. Ik ging helemaal niet fietsen met mijn nieuwe maatje, dat zag de organisatie niet zitten. Ik ging ook helemaal geen vrijwilligerswerk doen, om dezelfde reden. Bijbelstudie, literatuurclub, alles ging niet meer door. Maar ik heb nog wel mijn wekelijkse wandeling met een hele lieve vrouw uit de kerk. En regelmatig krijg ik een mailtje, een belletje, of een uitnodiging om te fietsen van iemand van bijbelstudie. Ik durfde zelf iemand uit het archief te benaderen voor contact, én mijn wijkdiaken vond nog iemand uit de kerk voor me om mee te fietsen.

Zelfs nu het hele leven stilstaat door een pandemie heb ik een sociaal leven. Er onstaan nieuwe contacten, en bestaande contacten worden uitgediept. Het is nog steeds een soms eenzame periode, maar het gaat goed met me. Er zijn genoeg mensen in mijn wereld.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s