Prietpraat

‘Ik hou niet van koetjes en kalfjes’ zei degene naast me op groepstherapie. Ik keek haar verbaasd aan, maar zei niets. Ze was helemaal gek van paarden, wat typisch dat ze dan niet van koeien houdt! Een paar ogenblikken later had ik het door. ‘Oh’ dacht ik, ‘ze bedoelt dat ze niet van smalltalk houdt.’

Als autist neem ik dingen te letterlijk, zeker als ik moe ben, en daarom houd ik niet van de uitdrukking ‘over koetjes en kalfjes praten’. Ik ga er van aan boerderijdieren denken, en niet aan wat er mee bedoeld wordt.

Een paar jaar gebruikte ik een Engels leenwoord om dit te benoemen, smalltalk. Maar een half jaar geleden gaf iemand me een goed Nederlands alternatief. Prietpraat.

Autisten hebben moeite met prietpraat.

Dat is tenminste wat me heel vaak verteld is. Op (groeps)therapie, psycho-educatie, en ik heel veel boeken en artikelen. Zelf hou ik wel van prietpraat, dus ik vind het lastig te benoemen waarom de meesten hier niet van houden. Dus vraag ik het aan mijn broer, die tegenwoordig ook een autismediagnose heeft.

‘Een van de problemen van smalltalk is dat de vragen te open zijn. In een vraag kan ik vaak 2 of 3 manieren vinden wat er bedoeld wordt, maar ik heb het gevoel dat er dan maar 1 bedoeld wordt en dat neurotypicals veel beter de inschatting maken wat de vraag is. Voorbeeld: Bij m’n eerste werk kreeg ik de vraag van een nieuwe collega “Hoe kom je hier?”. Bedoelde ze daarmee hoe ik op de plek was gekomen, want dan is het antwoord “Op de fiets”. Of bedoelde ze hoe ik aan de baan was gekomen, want dan was het antwoord “Via een advertentie in de krant. ” Dit is 1 vraag, met 2 hele verschillende antwoorden die naar 2 hele verschillende gesprekken toe leidt.’

Ja, dat herken ik wel. Neurotypicals (niet-autisten) zijn vaak onduidelijk met wat ze precies bedoelen. Ik dacht altijd dat dat komt doordat ik ze te letterlijk neem, maar mijn broer heeft wel gelijk, in prietpraat-gesprekken komen dit soort verwarringen vaker voor.

‘Ik vind smalltalk opzich wel een goede manier om een gesprek te beginnen, en ik doe er ook met volle plezier aan mee. Maar zelf er aan beginnen vind ik moeilijk. Ik ben sowieso al niet iemand die graag vragen stelt, en smalltalk begint meestal toch wel met een vraag. Het is dus veel makkelijker voor mij om te antwoorden op de vraag die iemand anders stelt dan zelf te beginnen. Doorvragen kan ik wel, maar ik ben nooit de persoon die begint.’

Ik signaleer bij mezelf hetzelfde. Ik vind het moeilijk een gesprek tot stand te brengen of gaande te houden, omdat ik het moeilijk vind om (snel) met geïnteresseerde vragen te komen. Maar ik geniet ook van gesprekken, zelfs al zijn het prietpraatgesprekken. Wat ik op groepstherapie hoorde is dat prietpraat nergens toe leidt, en daarom zinloos is. Daar kijk ik iets anders tegen aan. Want het doel van prietpraat is toch uiteindelijk om samen een onderwerp te vinden waar je wat dieper op in kunt gaan. Voor wie het moeilijk vind. maar wel prietpraat wil bezigen, heeft mijn broer nog een paar tips:

‘Verder vind ik het makkelijker als ik dan toch met smalltalk een gesprek dichtbij te houden. Meestal doe ik smalltalk aan de bar van m’n studentenvereniging, dus zijn de standaardvragen meer over het drinken, de muziek, de studie of hier ze bij de vereniging komen. Allemaal vragen die het heel dichtbij houden en goed te overzien zijn. Ik ga niet met iemand een gesprek beginnen over hun familie ofzo, want dat is totaal niet relevant.’

 

Een gedachte over “Prietpraat

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s