100!

In de tijd vlak voor ik mijn autismediagnose kreeg, begon ik wat dingetjes op te schrijven. Wat ik er mee wilde wist ik niet, maar ik moest de spanning en de onzekerheid van me af schrijven. ‘Misschien wordt het wel een blog,’ schreef ik zelfs ergens in die eerste aantekeningen.

Een paar maanden later opperde ik het plan aan mijn broer en zus. Mijn zus was als kind al gediagnosticeerd, mijn broer had op dat moment alleen nog maar een vermoeden dat hij autistisch was. Mijn zus heeft een fulltime baan, broer studeert, en ik doe ‘alleen maar’ vrijwilligerswerk. Drie autistische perspectieven dus, binnen één gezin.

We kwamen met zijn drieën bij elkaar, en brainstormden. ‘Welkom op het spectrum’ werd de titel, dat was mijn idee. De tekst stond oorspronkelijk op de kaart die mijn zus me stuurde om me met mijn officiële diagnose te feliciteren. ‘Autisme, Familie, Leven’ was het idee van mijn zus, dat zouden de focuspunten van de blog worden. Mijn broer zat vol andere ideeën: hij wilde andere autisten gaan interviewen, en misschien ook wel experts. We waren enthousiast en besloten wekelijks te publiceren. Ik twee keer per maand, de anderen één keer. Ik zette een blogportaal op, en begon achter de schermen alvast een paar berichten te schrijven, die klaar zouden staan voor als we écht zouden beginnen.

Mijn zus en broer waren betrokken op de achtergrond, gaven feedback en verbeterden mijn spelling, maar besloten uiteindelijk toch niet mee te schrijven. Wat ‘onze’ blog zou worden, werd uiteindelijk ‘mijn’ blog.

Ik schreef eerst een voorraadje berichten, en besloot toen in de autismeweek van 2019 online te gaan. Een toepasselijke datum. Die eerste week kwam er dagelijks een bericht, daarna gingen we naar wekelijks. Sindsdien komt er iedere zaterdag om 2 uur ’s nachts een bericht online.

Iedere maand is het weer spannend of ik genoeg berichten heb voor de volgende maand, en iedere maand lukt het tóch net weer. Het is moeilijk om originele dingen te bedenken om over te schrijven, en ik zal mezelf ook wel af en toe herhalen. Maar meestal is het leven interessant genoeg, en vind ik telkens net op tijd mijn volgende onderwerp. Ik bedenk mijn berichten meestal onder de douche, en als ze daar goed vallen ga ik een kladversie schrijven. Sommige kladversies veranderen heel snel in een echte blogpost, anderen blijven heel lang een serie steekwoorden of een losse geschreven alinea.

Meestal schrijf ik een paar weken vooruit. Daar maak ik een uitzondering op als een blog ‘actueel’ is. Een blog over kerst is niet leuk om pas een maand na kerst te plaatsen, dus die verschijnt wat sneller. Maar voor de meeste blogberichten hanteer ik een wachttijd. Tijd tussen het schrijven en het publiceren geeft me de ruimte nog eens na te denken, met een frisse blik mijn woorden te overwegen, en het geeft ook het team op de achtergrond de tijd om mijn teksten te proeflezen. Aan het eind van iedere maand stuur ik een e-mail naar mijn vier proeflezers, die soms met vragen of feedback komen, maar ook stilzwijgend mijn spelling verbeteren.

Ja, ik heb inmiddels vier proeflezers. Die niet altijd allemaal alles lezen, maar die er wel voor zorgen dat wat ik schrijf al een keer gelezen is voor het online komt. Dat geeft me rust, en het vertrouwen dat ik niet al te gekke dingen zeg (want dan hadden ze me wel teruggefloten).

Daarom kan er eigenlijk maar één goed einde zijn voor blogbericht 100. (Had ik dat al gezegd? Dit, wat je nu leest, is bericht nummer 100!)

Marieke,
Anja,
Teddy en
Annemarie:

Dank je wel voor alles wat jullie op de achtergrond voor mijn blog doen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s