Diversiteit en handicap

Diversiteit is in het afgelopen jaar steeds belangrijker geworden, voor me. Het begint me op te vallen, te storen, als ik alleen maar witte mensen in een tv-programma zie. Of als een organisatie doet alsof iedereen cishetero is, en andere identiteiten niet bestaan. Het is belangrijk dat organisaties, tv-programma’s, besturen, divers zijn. Om twee redenen.

Allereerst wil ik dat iedereen zich herkent in de mensen die ze zien. Als jij een vrouw bent, en de organisatie van je kerk bestaat uit alleen mannen, voel je je dan wel gezien, gehoord, en begrepen? Iedereen heeft meerdere identiteiten, en het is okee als niet altijd al je identiteiten vertegenwoordigd zijn, maar het gaat pijn doen als een van je identiteiten constant genegeerd wordt.

Daarnaast brengt iedere identiteit een eigen perspectief met zich mee. Een organisatie die alleen maar door witte mannen wordt bestuurd, zal minder goed zijn in het behandelen van thema’s die over kleur of sekse gaan. (*Werpt een boze blik in de richting van wikipedia,*) Als iedereen in een groep mensen dun is, zullen ze eerder met disrespect over dikke mensen praten, dan dat ze serieus nemen met welke problemen mensen met overgewicht kampen. Hoe gevarieerder de identiteiten in een organisatie, hoe breder het totale perspectief. Hoe beter iedereen zich gehoord en begrepen voelt.

De laatste tijd is er gelukkig heel veel aandacht voor diversiteit, op allerlei verschillende onderdelen van de samenleving wordt dit thema steeds belangrijker. Men heeft het over geslacht en geaardheid. Men heeft het over kleur en economische klasse. Het doet me plezier dat de aandacht voor dit thema groeit, en dat steeds meer mensen snappen waarom dit zo belangrijk is. Toch is er één identiteit die nog vaak over het hoofd wordt gezien, die ik niet vertegenwoordigd zie: de handicap.

Miljoenen mensen hebben een beperking of een handicap, en dat wordt nog te vaak gezien als persoonlijk probleem, als iets wat je moet overwinnen. Ik zie een handicap liever als een mooi voorbeeld van variatie in de schepping. De meeste mensen zijn rechtshandig, sommige mensen zijn links- of tweehandig. De meeste mensen kunnen goed zien, sommige mensen zien minder goed, of zelfs helemaal niet. Dit wordt ervaren als een handicap omdat we vergeten zijn de samenleving zo in te richten dat blinden alles net zo makkelijk als zienden kunnen doen. Als de meeste mensen blind waren, en slechts een enkeling kon zien, zou de hele samenleving op blinde mensen ingericht zijn, en ervoeren we blindheid niet als handicap.

Ik ben slechtziend, ik heb een bril nodig. Toch ervaar ik dit niet als handicap. Ik heb een goed hulpmiddel (mijn bril) en ik leef in een land waar mensen gewend zijn aan het zien van brillen. Ik word er niet mee gepest, en niet door gehinderd. Als de situatie verandert, en ik mijn bril ineens niet kan dragen (hij is kapot, of ik ben in een sauna of zwembad waar mijn bril beslaat) dán ga ik mijn slechtziendheid ineens als handicap, als beperking ervaren.

Mijn allergieën (ik heb er een heleboel) zijn bij mij thuis geen handicap. Al het eten in mijn huis is voor mij toegangelijk, en ik ben gewend aan de extra handeling van het minutieus lezen van ingredientenlabels vóór ik besluit een nieuw product te kopen. Maar als ik door iemand te eten gevraagd wordt, wordt mijn allergie ineens een beperking. ‘Oh nee, nu moet ik lastige vragen of eisen gaan stellen. Nu moet de ander rekening met me houden, wat lastig is als je dit niet gewend bent.’ Ik vind het moeilijk te vragen om wat ik nodig heb, maar voedsel waarvoor ik allergisch ben eten is simpelweg geen veilige optie voor me. Nog moeilijker vind ik deze handicap in een restaurant. Gelukkig zijn er in Nederland goede wetten over voedselveiligheid, en is een restaurant verplicht me te vertellen wat er in hun eten zit, toch is het lastig. Ik word lastig gevonden, moet lastige vragen en eisen stellen. Sommige restaurants hebben al van te voren nagedacht over mijn beperking, en hebben bijvoorbeeld een handige allergenen-menukaart. In andere restaurants moet de restaurantmedewerker soms wel 5 keer naar de keuken lopen om mijn vraag aan de kok te stellen. Drie keer in de laatste 5 jaar serveerde een restaurant geen enkel nagerecht waar ik niet allergisch voor ben. In het ene geval keek ik met een leeg bord toe hoe mijn tafelgenoten wél van een nagerecht genoten. In het andere geval bleek er een bak ijs achter in de vriezer te staan die ik wél mocht. De restaurantmedewerker maakte zelfs een foto van de ingrediëntenlijst voor me, zodat ik nog een keer kon nalezen of ik het echt mocht. Het derde voorbeeld is mijn favoriet: er werd ter plekke voor mij een nieuw toetje verzonnen en klaargemaakt! Zo zie je maar, dat de hoeveelheid last die ik ervaar van deze handicap er heel erg vanaf hangt hoe de ander er mee omgaat.

Mijn autisme ervaar ik bijna altijd als handicap. Niet omdat mijn brein minder goed is als een niet-autistisch brein, maar omdat de samenleving niet ingericht is voor mensen zoals ik. Bijna overal zijn te veel prikkels, en ervaar ik veel onduidelijkheid. Mensen zien niet aan me dat ik gehandicapt ben, en dus stellen ze hoge eisen. Ik word uitgescholden als ik niet snel genoeg kan reageren in het verkeer, en mensen reageren teleurgesteld als ik ze niet herken, ook als ik mijn gezichtsblindheid benoemd heb.

De laatste tijd heb ik veel gelezen over gehandicapten in het algemeen. Niet alleen over mijn eigen handicap, maar over alle soorten van beperkingen. Hoe meer ik lees, hoe meer ik leer hoeveel we van elkaar kunnen leren. En hoe meer ik besef dat gehandicapte perspectieven ook belangrijk zijn. In de politiek, in de media, in bedrijven en besturen, gehandicapte mensen zouden er ook bij moeten worden betrokken. Iemand met een handicap op een kieslijst zien staan zou net zo normaal moeten zijn als iemand met een niet-witte huidskleur in de politiek zien.

Dit is waarom ik deze verkiezingen onder andere kijk naar de aanwezigheid van gehandicapten op de kieslijsten. Helaas kan ik hier niet zoveel over vinden. Ik weet niet of dat komt doordat er bijna geen gehandicapten op de kieslijsten voorkomen, of omdat ik gewoon slecht ben in het zoeken naar deze informatie. Wat ik wel vond waren deze vier kandidaten:

Lucille Werners, nummer 10 bij het CDA. Lucille heeft een hersenbeschadiging waardoor ze moeilijk loopt, en ze zet zich al jaren in voor gehandicaptenrechten.

April Ranshuijsen, nummer 11 bij Groenlinks, zit in een rolstoel.

Jeanette Chedda, nummer 4 bij Bij1 heeft Osteogenesis Imperfecta en zit daardoor in een rolstoel.

Nihâl Esma Altmiş, nummer 8 bij Bij1 is autistisch.

Misschien zijn het er nog meer, maar heb ik ze gewoon niet gevonden. Partijen verkondigen nergens vol trots dat ze een gehandicapte op de kieslijst zetten. Deze kandidaten kwam ik min of meer toevallig tegen in interviews en podcasts. Ik heb goede hoop dat er minstens 2 hiervan een kamerzetel krijgen, en dat daarmee de Tweede Kamer ook het perspectief van de gehandicapte kan meenemen in discussies en beleid.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s