Huishouden

Ik heb moeite met mijn huishouden. Afwassen, stofzuigen, was opvouwen, de badkamer schoonmaken, ik vind ze allemaal lastig. Ik loop er regelmatig op vast. Er zijn meerdere redenen waardoor ik hier zoveel moeite mee heb.

Ik heb al eerder geschreven over mijn chronische vermoeidheid, waardoor ik niet altijd genoeg energie heb om dat wat ik van plan was ook uit te voeren. Het komt voor dat ik urenlang denk dat ik zit uit te stellen. ‘Kom op Corina, doe die afwas nou eens!’ roep ik gefrustreerd tegen mezelf. En als ik dan eindelijk in beweging kom, voel ik pas de moeheid in mijn lichaam. Moet ik na 3 ontbijtbordjes toch maar weer besluiten weer te gaan zitten. Ik dacht dat mijn uitstelgedrag voortkwam uit onwil, maar pas toen ik begon realiseerde ik me hoe moe ik was. In dat soort gevallen moet ik gewoon tegen mezelf zeggen: jammer van je planning, maar er wordt vandaag niet afgewassen. Dat komt morgen wel weer. Natuurlijk zeg ik ook weleens tegen mezelf: kom op, het moet toch even gebeuren, ondanks de moeheid. Als ik gasten krijg bijvoorbeeld. Maar dan neem ik een groot risico. Doorgaan als je te moe bent, creëert meer moeheid. Als ik doorga waar ik zou moeten rusten, heb ik achteraf hersteltijd nodig. Meer hersteltijd dan de tijd die de vermoeiende activiteit kostte.

Dan zijn er sensorische moeilijkheden. Als autist ben ik snel overprikkeld, en komen prikkels hard bij me binnen. Zo is stofzuigen lastig omdat de stofzuiger alles behalve stil is. Afwassen is lastig, omdat mijn handen nat worden, want een zeer onprettige prikkel is. Sterke schoonmaakmiddelen geuren sterk, wat mijn reukvermogen overprikkeld. Het klinkt een beetje kleinzerig nu ik het zo opschrijf, maar bedenk je dat prikkels bij mij veel heftiger binnenkomen dan bij niet-autisten. Onplezierige prikkels kosten me veel energie, dus het kost mij meer moeite om een huishoudelijke taak te doen dan dat het een ander zou kosten.

Ik heb ook al eerder geschreven over mijn executieve functies. Dat zijn de delen van het brein die gaan over bedenken, plannen en uitvoeren. Bij mij zijn die delen minder goed ontwikkeld, wat regelmatig voor problemen zorgt. Ik vind het lastig om een moment te kiezen om een taak te gaan doen. Veel autisten hebben een strakke planning, waarin bijvoorbeeld staat dat ze op dinsdag om 4 uur gaan stofzuigen, maar voor mij is dat vaak geen optie, omdat ik van te voren niet weet hoeveel energie ik op dinsdag 4 uur heb. In mijn planning zet ik dus eerder ‘dinsdag ergens op de dag stofzuigen, als het lukt’.  Een planning maken vind ik lastig, omdat ik niet te veel, maar ook niet te weinig aan mezelf wil opdragen. Ook moet je bij een planning bedenken wat er gedaan moet worden, en hoeveel prioriteit dat heeft. Want wat doe je als je dinsdag wilde stofzuigen, maar het lukte niet? Ga je dan woensdag stofzuigen, of ga je dan toch maar de was opvouwen, wat voor woensdag gepland stond? Wat ik wanneer moet doen blijft dus een puzzel, ook met planningen.

Ook het uitvoeren van de taak is lastig, want waar begin je, in welke volgorde doe je iets? Ik stond vroeger regelmatig te staren naar mijn afwaswater, niet wetend of ik eerst de kopjes of eerst de borden moest schoonmaken. Dat klinkt heel simpel, maar zoiets kan mij volledig verlammen. Er is namelijk geen enkel logisch argument te bedenken waarom de kopjes eerder dan de borden moeten, of vice versa. Tegenwoordig loop ik hier niet meer op vast, omdat ik er een regel voor heb. Hetgene wat het meest links op het aanrecht staat, moet ik als eerst afwassen. Zo heb ik voor de meeste terugkerende taken wel regels bedacht. Eerst de wc, dan de wasbak, dan de vloer pas. Stofzuigen begin ik aan de westkant van mijn huis, en dan werk ik naar het oosten toe. Bij was opvouwen sorteer ik eerst de kleren op soort, en dan gooi ik een dobbelsteen om te kijken of ik eerst truien, broeken of handdoeken opvouw. Bij taken die ik minder vaak doe, heb ik dit soort systeempjes niet, en gaat er veel tijd en energie verloren aan het bedenken hoe ik mijn taak moet aanpakken.

Het allermoeilijkste is opruimen. Of het nu om boodschappen gaat of uitgelezen boeken, of een tafel waarop zich gewoon veel zooi heeft verzameld, ik loop er op vast. Voor mij is opruimen niet één duidelijke overzichtelijke taak, maar zijn het tientallen, of zelfs honderden kleine taakjes, van 1 object op de goede plaats zetten. De boodschappen en de boeken die ik zo-even als voorbeeld noemde, hebben tenminste nog een vaste plek, maar wat als ik iets nieuws heb gekocht, dat nog geen vaste locatie heeft? Ik kan er op vastlopen. Ik ga het dagenlang uitstellen, dagen waarin er langzaam steeds meer rommel komt. Het kost ontzettend veel mentale energie om mezelf zo ver te krijgen iets op te ruimen. Vaak gebeurt dit dan ook pas als ik gasten krijg. De coronacrisis was wat dat betreft een uitdaging, omdat ik wekenlang alleen buitenshuis met mensen afsprak. Gelukkig komen met de versoepeling ook weer binnenshuis afspraken in zicht. Want mijn huis netjes houden zonder de externe druk van komend bezoek, dat is me de afgelopen week niet altijd even goed gelukt.

Moeheid

Het is vaak de dag nadat ik naar de obesitaskliniek geweest ben. Want dat is een lange ochtend, die nog verlengd wordt door prikkels en reizen. Het is vaak de dag na een of meerdere afspraken. Het is altijd nadat ik in het archief gewerkt heb. Het is vaak zo dat ik het kan terugleiden naar een activiteit, maar niet altijd. Op het moment van schrijven ben ik in zelfqarantaine, heb ik al dagen geen mensen gezien, en niks uitgevoerd. Soms gebeurd het dus ook spontaan, zonder duidelijke aanleiding. Waar heb ik het over? Extreme moeheid.

Ik heb Chronischevermoeidheidssyndroom. Ooit was het zo heftig dat ik een uur moest rusten na theezetten, nu speelt de ziekte slechts af en toe een hoofdrol. Moeheid. Maar ook: niet weten wat ik aan moet met mezelf. Ik kan niet de hele dag slapen en rusten, het is dus belangrijk om activiteiten te bedenken die weinig energie kosten, maar wel leuk zijn. Normaal lees en puzzel ik veel, nu is dat te vermoeiend. Op zulke dagen kijk ik veel tv, netflix, maar daardoor voel ik me ook heel ongemotiveerd en nutteloos.

Het is in elke cel van mijn lichaam aanwezig. Elke beweging is een inspanning, vraagt zich af of die niet uitgesteld kan worden. Douchen is heerlijk, maar ook een opgave. Op moment van schrijven ligt mijn lunch klaar in de oven, ik hoef alleen maar 2 meter te lopen om het te pakken. Maar 2 meter is veel vandaag. 2 meter is heel veel, bovendien moet ik ook nog weer teruglopen naar de bank.

Met de moeheid komt overprikkeling. Extra overprikkeling. Het gezoem van de oven net was me bijna te veel. Het zonlicht op mijn ramen is fel, ondanks dat het bewolkt it. Muziek luisteren is een opgave, maar met stilte ben ik ook niet gebaat. Een deel van mij is immers niet doodmoe, en wil geprikkeld blijven worden. Wil bezig blijven. Het is een balansoefening.

Dit soort momenten zijn de enige momenten waarop ik anderen wel eens vertel dat ik moe ben. Normale moeheid telt immers niet voor mij. Vaak stuit ik op onbegrip. ‘Ga slapen.’ ‘Ga rusten.’ ‘Ik ben ook moe.’ Nee, denk ik terug, dat ben je niet. Niet zoals ik moe ben.

Slapen, dat doe ik altijd al veel. Ik maak standaard nachten van 10, soms 11 uur. Ik heb daar niets aan toe te voegen. Extra vermoeidheid betekent niet dat je extra slaap nodig hebt. Rust wel. Maar dat doe ik al. Ik lig veel op de bank met een podcast, met een luisterboek, met een tvserie. Ik doe mijn best mijn verstand bezig te houden, en mijn lichaam rust te geven. Het is lastig.

Op therapie heb ik geleerd hoe ik deze fase van moeheid kan voorkomen. ‘Zoek je grenzen op, maar ga er niet overheen.’ Ik vroeg hoe je weet of je over je grenzen heengaat. ‘Dat weet je, als je de volgende dag te moe bent.’ Tja, je weet dus altijd pas achteraf of je te ver bent gegaan. Ik kan het wel een beetje inschatten, soms voel ik het aan, maar je kunt ook niet altijd stoppen met wat je aan het doen bent.

Mijn moeheid is een lastige puzzel. Zowel het voorkomen ervan als het ondergaan is moeilijk. Gelukkig zijn dagen zoals deze de uitzondering. Zijn er veel meer dagen dat ik bijna nergens last van heb!