Het wonder van de kledingkast die niet leegraakte

Ik had altijd weinig kleren. Kleren zijn duur, winkelen kost een hoop energie en overprikkeling, ik had een lastige maat. Zelfs bij grote-matenwebshops had ik de allergrootste maat nodig, waar de prijzen het hoogst en de keuzes het kleinst zijn. Ik waste elke zaterdag, en had precies genoeg kleren om elke dag van de week iets nieuws aan te trekken. Kleren kopen was iets wat ik op mijn todolijst zette, en dan alsnog lang uitstelde. Als ik om wat voor reden dan ook dat wassen moest uitstellen, kwam ik bij het achterste deel van mijn kledingkast uit, kleren die zo versleten waren dat een ander ze al lang had weggegooid.

Toen kwam mijn maagverkleining, waar ik eerder al over geblogd heb. Ik ben op moment van schrijven 52 kilo kwijt, en de kleren die ik een jaar geleden had, zitten op zijn zachts gezegd, behoorlijk ruim. Ik had gedacht dat ik nog lang met die kleren zou doen. Ik heb immers niet het budget om telkens mijn garderobe te vernieuwen, tot mijn gewicht en maat weer stabiel zijn. Maar het liep anders.

Ongeveer een jaar geleden ontmoette ik in de kerk een hele lieve vrouw, die me bij haar thuis uitnodigde. Inmiddels kom ik er bijna iedere week, en zijn we ondanks het leeftijdsverschil een soort van vriendinnen, of wandelmaatjes. Zij is ook de bron van mijn nieuwe garderobe.

Haar dochter, iemand met een zeer leuke kledingsmaak, doorloopt ook een traject van veel gewichtsverlies. En in plaats van haar overtollige, te grote kleren naar een goed doel of kledingcontainer te doen, kwamen haar oude kleren mijn kant op. Ik ben inmiddels de tel kwijt hoeveel vuilniszakken ik heb mogen ontvangen. Eerst was er veel dat niet paste, maar daar ben ik inmiddels in gegroeid. Ik ben verrast door hoeveel leuke dingen er tussen zitten. Kleren waar ik enthousiast van word, me leuk in voel, en complimenten over krijg.

Waar ik, door mijn veranderende maat, schaarste verwachtte, heb ik nu overvloed. Zoveel kleren dat er nu zelfs een deel in een woonkamerkast ligt, mijn klerenkast kon het niet meer aan. Zoveel leuke outfits dat het moeilijk is om te kiezen.

Van schaarste naar overvloed, van weinig keuze naar veel leuke outfits. Zomaar gekregen, maar zeer gewaardeerd.

Ik ben dik

Ik ben in het afgelopen half jaar 30 kilo afgevallen. 10 kilo in 4 maanden vóór de operatie, en nog eens 20 in de twee maanden na mijn maagverkleining.

Kleren die voor de operatie goed zaten begonnen af te zakken en te groot te worden. Kleren die soms al jaren geleden apart zijn gelegd werden weer tevoorschijn gehaald, en tot mijn eigen verbazing konden ze weer worden gedragen.

Maar dit traject heeft me ook iets heel anders gebracht. Iets dat veel belangrijker is dan verloren kilo’s, en nog te verliezen kilo’s: openheid.

Mijn gewicht was altijd een beetje een taboe. Duidelijk, zichtbaar aanwezig, en toch iets waar zelden over gepraat werd. Ik schaamde me voor mezelf, en hoopte, door er niet over te beginnen dat het de ander niet zou opvallen. Niet heel realistisch, maar ik hoopte op onzichtbaarheid door onbenoemdheid.

Het altijd aanwezige gewicht kwam ook zelden ter sprake. Misschien voelden mijn gesprekspartners aan dat ik er niet over wilde praten, misschien sloot ik me er onbewust voor af. Misschien is het wel een onderwerp dat in onze maatschappij als ongewenst te boek staat, en waar mensen dus niet zomaar over begonnen.

Op internet lees ik, als het over dikke mensen gaat, altijd over wildvreemden die opmerkingen maken. Die commentaar hebben op het (eet)gedrag van de ander, die zich onbeleefd en ongenuanceerd uitlaten over iemand wiens achtergrond ze niet kennen. Maar zelf heb ik dit nauwelijks meegemaakt. Het commentaar was er wel, maar alleen in mijn gedachten. Ik dacht altijd dat andere mensen wel van alles over mij zouden denken, vanwege mijn omvang. Ik vermeed het zo veel mogelijk om te eten in het openbaar, en als ik dat toch moest doen, zorgde ik er voor dat ik een gezonde keuze voorhanden had. Alles om maar zo min mogelijk veroordeeld te worden voor de dikke persoon die ik was.

Toen begon ik het traject van de maagverkleining, en voor mij was de eerste stap: erover praten. Ik begon er voorzichtig over op therapie, tegen een beste vriendin, tegen mijn huisarts. Ik begon me intensief te verdiepen in het traject, en er doordat ik er zo mee bezig was, nóg meer over te praten. Praten over verandering bleek makkelijker te gaan als ik ook praatte over de situatie die veranderd zou moeten worden. Aarzelend zei ik mijn gewicht en BMI hardop, tegen steeds meer mensen. Voorzichtig begon ik te praten over mijn lastige kledingmaat, die zelfs voor de meeste grote-maten-winkels te groot was geworden. Het probleem mocht benoemd worden, nu het voor iedereen duidelijk was dat ik naar een oplossing toewerkte. Nu ik binnenkort slank zou worden durfde ik mijn dikheid eindelijk bestaansrecht te geven.

Ik kwam op internet, via mijn zoektocht naar verhalen over maagverkleiningen, in aanraking met HAES, health at every size. Ik las een paar blogs van vrouwen die zich inzetten voor meer acceptatie van dikke mensen, die kritisch zijn op diëten (niet wetenschappelijk bewezen) en beweren dat je met elk gewicht zowel gezond als ongezond kunt zijn.

Langzaam groeide bij mij het besef dat ik ook zonder aanstaande verandering mijn gewicht mocht accepteren. Dat ik me helemaal niet hoef te schamen voor wie ik aan de buitenkant ben. Ironisch genoeg ging ik, terwijl dit besef begon te groeien, al onder het mes, en zal ik vanaf nu vanzelf steeds dunner worden.

Heb ik spijt van mijn operatie? Ach welnee. Er zijn gezonde dikke mensen, maar ik was daar niet een van. Het lukte me maar niet om meer te bewegen, iets wat me nu, met een paar kilo minder, wel weer lukt. Waar ik wel spijt van heb is al die jaren dat ik bang was voor de weegschaal. Bang voor mijn eigen gewicht. Bang voor al die schaamte die ik met me mee zeulde, minstens net zo zwaar als al mijn vet. Ik vond het moeilijk om (althans op dit onderdeel) blij met mezelf te zijn, en dát was helemaal nergens voor nodig.

De grootste winst die ik uit dit traject heb gehaald en hoop te blijven halen is niet een lager gewicht, een slankere taille, een makkelijkere kledingmaat. Het is zelfs niet de gezondheid die ik er mee hoop te bereiken. Het is de les die ik geleerd heb dat ik open over mezelf mag praten. Ook over problemen, en over dingen waarvoor ik me schaam. Het is dat ik geleerd heb dat mijn gewicht helemaal niets is om me over te schamen! Ik zal de komende maanden doorgaan met steeds dunner worden, misschien kom ik zelfs op een ‘normaal’ gewicht uit. Maar vandaag ben ik nog dik. En dat is prima. Ik ben ook vandaag, blij met mezelf. 

 

 

Een nieuw mens

Op de map staat een afbeelding van een slanke vrouw, die tevoorschijn komt uit de dijen en benen van een dikke vrouw. De dunne vrouw spreidt haar armen vol overgave. Het logo rechtsboven is hetzelfde, maar dan in woord. De O is driedubbeldik, de B al ietsje dunner, en zo gaat het via de E, S, I T en A naar een flinterdunne S. Bijna iedereen die ik vertel over mijn toekomstige maagverkleining zegt: ‘Je zult een ander mens worden.’

Ik wil geen ander mens worden. Ik wil niet pas mijn armen vol overgave uitspreiden als ik dun ben. Ik wil niet ‘pas echt beginnen te leven na mijn operatie’. Ik wil het nu al. Ik wil van mezelf houden en van het leven genieten. Ik wil gewaardeerd worden door de mensen om me heen, en op mijn beurt hen waarderen.

Natuurlijk hoop ik dat ik dunner word van de operatie. Dat wandelen en bewegen weer makkelijker gaan. Maar nee, ik wil niet veranderen. Ik wil geen operatie om van mezelf te leren houden, of om eindelijk op waarde geschat te worden door mijn omgeving. Dat wil ik nu al.

Ik wil geen nieuw mens worden. Als ik een nieuw mens word, wat gebeurd er dan met de mens die ik nu ben? Verdwijn ik? Waarom zeggen mensen dat dan alsof het iets positiefs is? Ik wil niet verdwijnen. Ik ben de Corina die er honderden uren instak om autisme te begrijpen. Die zo hard haar best doet om angsten te overwinnen, die steeds beter word in voor zichzelf zorgen. Die leert om uit te spreken wat haar dwars zit. Die een blog begon om haar gedachten te ordenen. Dat is de Corina die ik ben, én de Corina die ik wil zijn.

Ja, ik wil een dunnere versie van mezelf. Ja, ik hoop die angsten genoeg te overwinnen om meer onder de mensen te komen. Maar ik wil niet een heel nieuw mens worden. Ik zou veel te veel verliezen.

Gewicht

Doodongelukkig was ik, aan het begin van de middelbare school. In groep 8 was ik erg gepest, en ik had naar de nieuwe school toegeleefd als naar een nieuw begin. Helaas viel ik ook hier buiten de groep en ik ervoer erg veel angst bij het alleen moeten reizen met het openbaar vervoer (ik zat op een streekschool). Toen ontdekte ik iets wat op dat moment hielp, maar me later nog veel narigheid zou bezorgen. Eten.

Tot die tijd was ik mollig geweest, maar niet echt te dik. Ik voelde me eenzaam, anders, en ik was een moeilijk kind, dat thuis woedeaanvallen had. Achteraf denk ik dat ik gewoon heel erg overprikkeld was en me daarom zo gedroeg, maar in die tijd wist ik nog niks over autisme en al helemaal niet dat ik autist was.

Toen ik eten ontdekte, lukte het me steeds beter de woedeaanvallen te beheersen. Ik had nu een andere uitlaatklep voor emoties. Op school kocht ik in de pauze snoep en deelde dat uit. Totdat de zak leeg was, was ik heel even populair op school, en was het of ik vrienden had. Onderweg naar huis moest ik overstappen op een groot station en daar kocht ik broodjes, chips, of zakken snoep. Alleen voor mij, en niemand die er van wist.

Een paar jaar later begonnen de dieetpogingen. Ik deed atkins toen nog niemand daarvan gehoord had, montignac, en talloze andere dingen waar ik nu de naam van vergeten ben. Ook probeerde ik vaak om mijn calorie-inname te beperken, door maaltijden over te slaan, wat leidde tot een vreetbui later op de dag.

Toen ik van de middelbare school afkwam, woog ik rond de 85 kilo, en nam ik me voor om in plaats van te diëten, een gezonde relatie met eten te ontwikkelen. Maar het was mijn eerste studentenjaar, het eerste jaar van op mezelf wonen, voor mezelf koken. 4 dagen per week at ik met anderen, dat was nog redelijk gezond, en ik ontwikkelde me zelfs als keukenprinses. Maar in de weekenden en tussen de maaltijden door greep ik naar ongezonde keuzes, pizza en chocola. In mijn studententijd lukte het me nog heel slecht om voor mezelf te zorgen, mijn kamer was een permanente rotzooi, mijn studie ging slecht, en ook met andere vormen van zelfzorg, zoals voeding en beweging ging het niet goed. Later heb ik geleerd dat autisten gebrekkige executieve functies hebben, en daarom meer moeite hebben met dat soort dingen.

Een paar jaar later at ik niet zo vaak meer met medestudenten, maar had ik nog wel een gedeelde keuken. Ik vond het lastig om voor mezelf ruimte te claimen. Medebewoners vonden vaak dat zij voorrang hadden, omdat ze voor meerdere mensen kookten, of zorgden voor zooi en overprikkeling in de keuken. In die tijd at ik vaak maaltijden waarbij ik de keuken kon ontwijken. Koude saucijzenbroodjes, pizza’s die ik alleen maar even in de oven moest doen, broodjes van de Subway, maar ook dingen als zakken chips stonden regelmatig op het menu als avondmaaltijd.

Je zou denken dat het beter ging toen ik een eigen keuken had, maar nee. Ik kookte weliswaar vaker, maar liep vaak vast met afwassen (die executieve functies weer). Ook koos ik te vaak voor vet en zoet en was groente lastig. Overprikkeling in de supermarkt hielp ook niet mee om goede keuzes te maken. Zoals ik in deze blog vertel, ging ik zonder plan naar de supermarkt, raakte overprikkeld door alle licht en geluid en greep snel een paar bekende dingen, om zo snel mogelijk weer buiten te staan.

Ik heb ook wel periodes gehad waarin het goed ging, met eten. Diëten gedaan waarbij ik daadwerkelijk afviel, pogingen gedaan om milieubewust te eten, met veel biologische spullen en lokale groenten. Ik hield het alleen nooit lang vol. Vergeet niet dat ik in deze tijd aan het verdrinken was. Ik ging van ongediagnosticeerde depressie naar depressie, had lange periodes met suïcidale gedachten en ook op school ging het slecht. Ik probeerde het wel, maar het lukte maar niet. Nu ik weet dat ik autisme heb, snap ik waarom het niet lukte, maar in die tijd verweet ik alles aan mijn eigen gebrek aan zelfdiscipline. In die tijd was eten het zoveelste onderdeel waarmee ik worstelde, en niet een hoofdprioriteit.

In 2014 kwam ik bij een psycholoog terecht, en die vertelde me dat de meeste depressieve klachten worden veroorzaakt door ongezond eten, te weinig bewegen, en een verkeerd slaapritme. Ik moest dus eerst in die drie onderdelen orde op zaken stellen, en daarna zouden we wel zien wat er overbleef van mijn depressie. Ik heb verder weinig gehad aan deze psycholoog, maar ze maakte me er wel van bewust dat ik een probleem had. Het lukte namelijk niet om haar advies op te volgen. Ging het met bewegen goed, dan gingen eten en studie fout, was ik gezond aan het eten, schoten bewegen en studie er weer bij in. Ik voelde me een jongleur, met één balletje in de lucht en 2 op de grond.

De psycholoog heeft nog iets voor me gedaan: ze verwees me door naar een intensievere therapie. Op die therapie stond bewegen centraal, en mentale zelfzorg. Ik heb daar geleerd om minder streng voor mezelf te zijn en ik ben na deze therapie, nu 4 jaar geleden, ook nooit meer depressief of suïcidaal geweest. Bewegen ging echter alleen goed zolang de therapeuten dat als een soort politieagent controleerden, en voor eten was (te) weinig aandacht.

Na 20 weken werd me plompverloren verteld dat ik het verder wel alleen zou redden, en heb ik me aangemeld bij een gewichtsconsulente. Bij haar heb ik geleerd hoe ik moet eten, wat er in een gezond voedingspatroon zat. In eerste instantie vlogen er bij haar de kilo’s er vanaf, maar het voelde voor mij onnatuurlijk. Ik was de hele tijd aan het proberen om goed te eten, voor de resultaten, maar het was moeilijk en voelde niet als mijn voedingspatroon. Ik had nog niet geleerd om op andere manieren dan met eten voor mijn emoties te zorgen, en het opgelegde voedingspatroon hield ik dan ook niet heel lang vol. Ik greep terug naar fastfood om te emotie-eten, en sloeg vervolgens maaltijden over om op haar weegschaal toch een goed resultaat te hebben. Wat uiteraard niet werkte. Toen ik een keer een afspraak miste en de gewichtsconsulente ook niets meer van zich liet horen, heb ik nooit meer een nieuwe afspraak gemaakt, van uitstel komt afstel.

Wel ben ik weer in therapie gegaan, nou ja, een zelfhulpclubje. Er werd daar erg op gehamerd dat ik een eetverslaving had en dat ik hulp moest zoeken in de verslavingszorg. Dat deed ik, maar uiteindelijk wees de eetverslavingszorg me af als patiënt, omdat ik autisme had (en nee, dat is geen goede reden, autisme en eetproblematiek komen vaak samen voor). Toen heb ik het eten maar een tijdje losgelaten en me vooral op autisme gefocust.

Maar juist toen ik het losliet, ging het beter. Ik kreeg steeds meer kennis over autisme, en over overprikkeling. Ik leerde dat ik juist bij overprikkeling en emotie ging eten. Overprikkeling blijft lastig, maar over emoties heb ik een hoop geleerd op Cognitieve Gedragstherapie. Emotie-eten werd langzaam steeds minder, nu komt het zelden voor (en ik eet relatief gezonde dingen en hoeveelheden als het toch gebeurd). En samen met mijn woonbegeleiders begon ik stapje voor stapje mijn gewoonten te verbeteren.

Zo ben ik fruit gaan eten, dat bleek moeilijk, (autisten zijn vaak moeilijke eters, omdat ze overgevoelig kunnen zijn voor smaak en tastzin) maar elke dag een smoothie, en later zelfs twee maal daags een smoothie, bleek goed te doen. Toen ik de supermarkt uit mijn leven bande, werd zelf koken weer mogelijk, en op tijd afwassen gaat ook steeds beter. Toen kreeg ik, gratis bij de diagnose diabetes, een diëtiste, die mee kon denken welke stappen ik nog meer kan zetten. Dat uitte zich zelfs in licht gewichtsverlies.

Nu wordt het tijd om mijn eten weer een tijdje op de voorgrond te zetten en een echt hele grote stap te zetten. Ik heb een BMI van boven de 60 (de meeste tabelletjes stoppen bij 50, wat super obese heet), en het is onredelijk om van mezelf te vragen al dat overgewicht zelf kwijt te raken. Ik heb gekozen voor een traject waar ik al mijn eetgewoontes moet veranderen, nooit meer een grote portie kan nemen, maar gelukkig ook heel veel steun en begeleiding krijg: binnenkort krijg ik een maagverkleining.