Nieuwe contacten

Ik had twee vriendinnen in de stad waar ik woon. Twee vriendinnen, en nog een hand vol kennissen via bijbelstudie en vrijwilligerswerk. Ik was me er al heel lang bewust van dat ik mijn sociale cirkels wat moest uitbreiden, dat twee vriendinnen best weinig is, vooral als ze allebei verhuisplannen hebben.

Ik wilde wel mijn kennissenkring uitbreiden, maar het is lastig. Ik ben nooit heel sterk geweest, sociaal. En door mijn gevoeligheid voor geluid vallen heel veel ontmoetingsplaatsen voor mij af. Een nieuwe vriendschap, ik weet niet eens waar ik moet beginnen. Elke email, telefoontje, of smsje is voor mij al een hindernis. Als ik met iemand afspreek weet ik niet hoe vaak dat moet, en op de afspraak zelf vind ik het moeilijk het gesprek gaande te houden of interesse te tonen in de ander.

Maar voor nu was het genoeg. Met O. ging ik elke maandag fietsen, met A. dronk ik elke woensdag thee. Met vrijwilligerswerk, bijbelstudie, literatuurclub, woonbegeleiding en therapie erbij, zag ik op deze manier bijna elke dag wel een of twee mensen. Voor mij genoeg. Mensen zijn lief, maar ze kosten energie. Voor elke sociale activiteit heb ik minstens net zolang aan alleentijd nodig om bij te komen.

Maar in februari werden voor beide vriendinnen de sluimerende verhuisplannen eindelijk concreet. A. leverde op de 28e haar sleutel in, terwijl ik ondertussen afscheid nam van O., die de volgende dag terug vloog naar haar thuisland.

A. bleef werken in mijn stad, dus haar kon ik blijven zien. Toch nam ik ook samen met mijn woonbegeleider contact op met een organisatie tegen eenzaamheid, met de vraag of ik een maatje kon krijgen. Dat kon ik, en een paar weken later al maakte ik kennis met J. Hij zou een jaar met me fietsen, en ondertussen me helpen om andere contacten te vinden. Ook werd ik uitgenodigd voor het vriendencafé, waar ik op laagdrempelige manier andere stadsgenoten kon ontmoeten. Daar ontmoette ik G., met wie ik nu regelmatig bel.

Toen sloeg Corona toe. Ik ging helemaal niet fietsen met mijn nieuwe maatje, dat zag de organisatie niet zitten. Ik ging ook helemaal geen vrijwilligerswerk doen, om dezelfde reden. Bijbelstudie, literatuurclub, alles ging niet meer door. Maar ik heb nog wel mijn wekelijkse wandeling met een hele lieve vrouw uit de kerk. En regelmatig krijg ik een mailtje, een belletje, of een uitnodiging om te fietsen van iemand van bijbelstudie. Ik durfde zelf iemand uit het archief te benaderen voor contact, én mijn wijkdiaken vond nog iemand uit de kerk voor me om mee te fietsen.

Zelfs nu het hele leven stilstaat door een pandemie heb ik een sociaal leven. Er onstaan nieuwe contacten, en bestaande contacten worden uitgediept. Het is nog steeds een soms eenzame periode, maar het gaat goed met me. Er zijn genoeg mensen in mijn wereld.

 

Corina tijdens Corona

Ik hou van het nieuws. Ik kijk het elke dag, stipt om 6 uur, en dan 1vandaag. Ik vind het leuk om op de hoogte te blijven van de wereld, om een geïnformeerde mening te vormen over politiek, om te weten waar de gemiddelde Nederlander zich mee bezig houdt. Ik hou al helemaal van het nieuws als het in crisis-mode gaat. Extra nieuwsuitzendingen. Nieuwspresentatoren die zelf nog niet weten wat ze gaan zeggen. Snel in elkaar gedraaide filmpjes en reportages. Liveblogs. En dat gaat het me nog niet eens om de inhoud, maar meer om de nieuwsmachine in gang te zien. Ik geniet er van. Meestal.

Ik hou van virussen. Dat klinkt gek, maar laat me het uitleggen. Ik las een paar jaar geleden the stand van Stephen King, waarin bijna de hele wereldbevolking overleed aan een virus dat uit een laboratorium lekte. De rest van het boek valt tegen, maar dat begin, waarin je langzaam de samenleving ziet wegvallen door een ziekte, het fascineerde me. Ik las het begin van het boek een paar keer opnieuw, gerustgesteld door de gedachte dat het fictie was, dat zoiets nooit in het echt zou gebeuren. De pest van Camus las ik op dezelfde manier. Fascinerend, maar fictie. De echte pest is lang geleden. Hij komt trouwens nog steeds voor, maar tegenwoordig hebben we er een medicijn tegen: antibiotica.

Voor mij was het bijna een feestje. Extra nieuws, over een onderwerp dat mijn interesse bijzonder wekte. Het virus was nog ver weg, buiten Nederland, dus ik hoefde me geen zorgen te maken. Maar toen kwam het dichterbij. De eerste Nederlandse besmettingen, ik begon me toch licht zorgen te maken om enkele zwakkeren in mijn omgeving, niet om mezelf. Geen handen schudden, dat was nog wel een leuke maatregel. Maar toen begon het hamsteren, en een paar dagen later gingen de scholen, de horeca en al het andere op slot.

Geamuseerd het nieuws volgen is nu echt omgeslagen in paniekerig het nieuws volgen. De liveblog blijft berichtjes spuwen, en ik merk dat mijn anxiety steeds hoger komt te liggen. Vooral als ik eens een uurtje niet naar mijn laptop omkijk. Want wat zou er gezegd zijn in die tussentijd? Het is niet dat ik zo bang ben voor de ziekte, om zelf ziek te worden of dat de mensen in mijn omgeving ziek worden. Het is meer dat de wereld ineens niet meer klopt. Als autist heb ik behoefte aan duidelijkheid en voorspelbaarheid, en die ontbreken nu. Begrijpelijk, maar daarmee niet makkelijker te behappen. Ik heb lichte kortsluiting in mijn hoofd, nu steeds meer dingen ineens niet meer gaan zoals ze normaal gaan.

Ik heb boodschappen gedaan, maar het was extra druk, waardoor ik helemaal overprikkeld thuiskwam. Het wc-papier wat ik normaal koop was op, en ineens zag ik het niet zitten om van merk te wisselen. Er verandert zoveel op het moment, ik kon er niet nog een verandering bij hebben, hoe klein die ook lijkt.

Helaas gaan veel van mijn gebruikelijke activiteiten niet meer door, waardoor ik meer dan gebruikelijk alleen thuis zit. Eerst dacht ik nog dat mijn agenda gevuld kon blijven. Mijn activiteiten zijn allemaal met maar 2 personen, en ik ben niet verkouden. Toch regent het afmeldingen, omdat de meeste dingen via organisaties gaan (vrijwilligerswerk, maatjesproject, etc) en die het zekere voor het onzekere nemen. Als ook mijn woonbegeleider afzegt, begin ik te huilen. Juist nu ik moeite heb mezelf mentaal/psychisch sterk te houden, ben ik op mezelf aangewezen voor het huishouden, iets wat normaal al niet lukt. Er komt wel een belafspraak, maar ze kan niet telefonisch helpen met de afwas, of mijn badkamervloer schoonmaken.

Dinsdagavond zit ik er behoorlijk doorheen, maar woensdag word ik wakker met een nieuw idee. Dit is een ideale tijd om kaarsen te gaan maken. Een van mijn hobby’s die ik niet al te vaak kan uitvoeren, omdat het best veel tijd en energie kost. Ik heb gedroomd dat ik experimenteerde met teksten op kaarsen afdrukken, iets wat ik op youtube heb gezien, maar nog nooit zelf geprobeerd heb. Misschien kan ik dat in deze periode gaan oefenen.

Op sociale media lees ik van veel autisten dat het lastig is dat alles anders is, en dat de informatie vaak niet duidelijk of auti-proof is. Het is onduidelijk hoe lang dit nog gaat duren en hoe onze levens er op de korte en lange termijn uit gaan zien. Juist nu heb ik behoefte aan duidelijkheid, maar die is er niet. Laten we hopen dat we deze periode snel kunnen afsluiten!

Feest

Ik ben op een feestje. 30 mensen, 3-gangendiner, achtergrondmuziek. Ik ben ver buiten mijn comfortzone, maar ik wilde dit toch proberen. Ik heb de organisatoren al laten weten dat ik blijf zolang ik het volhoud, dus niemand kijkt vreemd op als ik straks als eerste weg ga.

Ik sta vlak bij de deur, ben dus een van de eerste die mensen aanspreken als ze binnenkomen. Deels oude bekenden, deels mensen die tot nu alleen maar een naam waren. Maar daarna gaan ze ook weer gauw verder, om de rest van de aanwezigen een hand te schudden.

Ik probeer me in een gesprek te mengen. De gesprekspartners zijn allebei oude vrienden van me, die elkaar ook al lang niet gezien hebben. Zij stelt geïnteresseerde vragen over zijn leven, hij geeft antwoord, en zij reageert gepast. Ik luister mee, maar ik kan zo snel niks bedenken, niet iets zeggen waardoor ik mezelf echt in het gesprek meng. Het blijft een gesprek tussen twee personen waar ik toevallig bij sta.

Ik observeer de menigte. Hoe doen mensen dat toch, binnenkomen, en een paar tellen later in een interessant geanimeerd gesprek verwikkeld zijn? Kan ik dat ook, als ik verder de ruimte in loop, als ik me in een ander gesprek probeer te mengen, of ben ik dan weer die buitenstander, alleen dan bij een ander gesprek?

Ik observeer de mensen. Zoveel interactie, zoveel non-verbale communicatie. Het lijkt iedereen zo makkelijk af te gaan. Wat knap.

Aan tafel, tijdens het diner gaat het al iets beter. Gesprekspartners die naast en tegenover me zitten kunnen niet zomaar weglopen en doen wat meer moeite om het gesprek met mij gaande te houden. Bovendien is het tempo van het gesprek wat lager omdat er ook gegeten moet worden.

Er word gevraagd hoe het met me gaat, en ik vertel wat over mijn leven. Op mijn beurt weet ik vragen te stellen over werk, studie, huisvesting en gezin. Het gaat niet super soepel, maar het gaat. Ook is er tijdens het eten geen achtergrondmuziek, wat voor mij de dingen een stuk eenvoudiger maakt.

Het wordt steeds leuker. Ik spreek steeds meer mensen. Toch ga ik als eerste naar huis, de gesprekken en de geluiden eisen hun tol en ik weet dat ik hier morgen van moet bijkomen. Onderweg naar de uitgang heb ik nog een laatste gesprek, en dat is ook ineens het leukste. Voor ik het weet ben ik mijn gesprekspartner van alles aan het uitleggen over genealogie, een van mijn hobby’s.

Thuis moet ik bijkomen, het lukt me de dag erna niet de was te doen, zoals ik gewend ben op die dag. Maar ik ben blij dat ik er was. Ik heb leuke mensen gesproken en een leuke avond gehad.

Familieweekend

Aan mijn moeders kant van de familie is er de traditie om eens per jaar bij elkaar te komen en samen een weekend te beleven. Althans, bijna de hele familie komt. Meestal is er één afwezige: ik.

De hele familie, dat zijn ooms en tantes, neven en nichten, aanhang, allemaal bij elkaar zo’n 30 mensen. Allemaal bij elkaar op een locatie. Veel mensen, veel drukte, veel geluid. Ik mijd evenementen met veel drukte, veel mensen en veel geluid, omdat ik er zo slecht tegen kan. Dat betekent helaas in dit geval, dat ik mijn eigen familie mijd.

6 jaar geleden was ik er wel bij. Ik had gehoord dat degene die het eerste kwam het eerst een slaapkamer mocht kiezen, dus ik zorgde dat ik er vroeg was, en koos een tweepersoonskamer ver van de gemeenschappelijke ruimtes vandaan. Toch gingen uiteindelijk andere belangen voor, en eindigde ik in een kamer tegenover de kamer waar alle jongeren gameden en spelletjes speelden en luid waren en lang opbleven. Ik kreeg weinig rust, en moest na afloop lang herstellen. Toch heb ik ook goede herinneringen aan dit weekend. Ik heb de boerderij gezien waar mijn oma is opgegroeid, en veel quality time met mijn broer en andere familieleden gehad.

2 jaar geleden ging ik ook. De locatie was een oude boerderij en de gemeenschapsruimte stond vol met pinbalmachines en andere geluidsmakers. De eerste uren waren het leukst. Ik arriveerde als een van de eersten, en langzaam druppelden familieleden binnen. Stuk voor stuk mensen die ik (te) lang niet gezien of gesproken had, stuk voor stuk mensen waarvan ik blij was ze weer te zien. Ik ging vroeg naar bed, omdat ik overprikkeld was en hoopte na een nacht herstellen ook een leuke zaterdag te hebben. Dat was helaas niet zo. Na een onrustige nacht was mijn energie de volgende dag niet aangevuld, en ik bleef noodgedwongen in bed liggen, wat echter niet voor rust zorgde omdat ik constant overspoeld werd door te veel geluiden van de gang.

Ik wilde niet voor politieagente spelen en die nicht zijn die constant de kinderen maande stil te zijn, dus ik leed in stilte (of, ik leed in gebrek aan stilte). Ik raakte steeds meer uitgeput en tijdens het gezamenlijke diner die avond, had ik ook helemaal geen energie om gezellig te doen.

Ik ging naar huis om daar in alle rust te herstellen, en dat herstel koste me niet een of twee, maar 6 weken. Zo lang had ik nodig om terug te keren op het toch al lage energieniveau van voor dit weekend.

Het is ieder jaar dubben, ga ik wel, ga ik niet naar het familieweekend. Ik wil zo graag mijn familie weer zien. Ik wil zo graag mee kunnen doen met de rest en een leuk weekend hebben. Misschien valt het dit keer mee, en heb ik net zoals 6 jaar geleden, ondanks vermoeidheid en overlast een leuk weekend. Misschien valt het dit keer tegen, en heb ik er net zo weinig aan als 2 jaar geleden, en moet ik net zo lang er van herstellen. Ik heb de website van de accommodatie uitgepluisd, en kan maar weinig informatie vinden over de ligging van de kamers en of alles een beetje geluidsproef is.

Wel kan ik vinden hoe lang het voor mij reizen is naar de locatie: bijna 4 uur met het ov. Dat is voor mij niet te doen. 8 uur reizen in een weekend is onmogelijk, nog zonder de overprikkeling van socialisen met 30 mensen. Het ov kost veel energie, het is er te luid en te licht (ook in de stiltecoupé) en als ik een mij onbekend traject moet reizen levert dat veel angst en spanning op.

Ik laat dus weer een weekend verstek gaan, en ben een van de twee afwezigen. Het is jammer, maar het is wat het is. Wat ik wel kan doen is hopen op volgend jaar. Misschien dat het dat keer wel lukt.

 

 

Bijbelstudie

Vanwege de hoeveelheid aan prikkels ga ik al een paar jaar niet meer naar de kerk. Dat is jammer, want langzamerhand zijn de kerk en ik elkaar een beetje uit het oog verloren. Ondertussen was ik flink aan het vereenzamen, ook buiten de kerk om.

Als poging om weer wat actiever te worden, en mijn kennissenkring uit te breiden, besloot ik een paar jaar geleden lid te worden van een bijbelstudiegroep.

Dit ging niet zo heel goed. Ik wist nog niet dat ik autistisch was, en ik wist ook nog niet dat ik open mocht zijn over mijn beperkingen en angsten. Ik was wel lid, maar ik was doodsbang om naar zo’n avond toe te gaan. Het was vaak op een adres waar ik (als nieuw lid) nog nooit geweest was, waardoor ik in het donker het juiste huis moest zoeken, en dan aanbellen bij mensen die ik nog niet heel goed kende. Dat vond ik ontzettend eng, waardoor de drempel om te gaan voor mij ontzettend hoog lag.

Ook kwam ik er vaak pas een dag van te voren of op de dag zelf achter dát ik bijbelstudie had. Ik had er dan niet op gerekend, en ik heb meestal niet de flexibiliteit om op zo’n korte termijn nog een (moeilijke) activiteit aan mijn agenda toe te voegen.

Ik liet dus vaak verstek gaan, maar afmelden deed ik niet. Ook emails sturen vond ik ontzettend moeilijk, ik schreef vaak wel een eerste versie, maar drukte nooit op verzenden. De bijbelstudiegroep wist dus alleen dat ik niet kwam, en niet waarom. Ze hebben echt wel hun best gedaan, mailtjes gestuurd, iemand heeft me zelfs een keer voor het eten uitgenodigd (durfde ik ook al niet), maar op den duur verslapte de aandacht. Ik werd nog lang nadat ik gestopt was met komen gemaild, maar op den duur stopte dat.

In de drie jaar die volgden, gebeurde er van alles in mijn leven. Ik kreeg een autismediagnose, kennis over autisme, én, ik leerde dat het okee is om me uit te spreken over beperkingen en dingen die ik moeilijk vind. Mijn angst is nog wel aanwezig, maar meer onder controle, dingen doen die ik niet durf is nu een stuk makkelijker vergeleken met een paar jaar geleden.

Afgelopen september besloot ik dat ik wel weer op bijbelstudie wilde. De hoofdreden was voor mij om meer mensen te leren kennen, en ook weer bij de kerk betrokken te worden. Ik vond het wel lastig dat ik op mijn vorige bijbelstudiepoging bewezen had een onbetrouwbaar en afwezig lid te zijn, maar dit keer zou ik benoemen en eerlijk zijn over wat er wel of niet lukte. Ik besloot eerst de operatie die ik in november had af te wachten, en daarna op zoek te gaan naar een bijbelstudiegroep.

Maar, nog geen week nadat ik dit bedacht had, (en er nog met niemand over gesproken) werd ik door een vriendin uitgenodigd om lid te worden van haar bijbelstudiegroep! Als ik niet zelf net bedacht had dat ik dit wilde had ik misschien wel nee gezegd, maar nu stemde ik er mee in te komen. En tot nu toe gaat het hartstikke goed. Het is netjes elke twee weken, waardoor ik het lang van te voren in mijn planning kan zetten, en het is meestal in de kerk, een locatie die ik in het donker makkelijk kan vinden.

Die keer dat de band in de kerk oefende en ik veel last had van het geluid sprak ik dat uit, en vertelde iets over mijn overgevoeligheid, zodat de groep hier de volgende keer rekening mee houdt. Die keer dat het bij een van de leden thuis was en ik dus een vreemd adres moest zoeken, werd er eerst bij mij gecheckt of ik dat okee vond. Ik vond het okee, want ik vond het eng, maar niet té eng, en ook wel weer leuk om iemands huis van binnen te zien. De bijbelstudieleden hebben meerdere keren uitgesproken dat het zo fijn was dat ik lid van hun club ben geworden.

En toen werd het eind oktober, en zou ik over een paar dagen geopereerd worden. Ik ging die week nog wel ‘gewoon’ naar bijbelstudie. Tot mijn verassing had ieder lid een kaartje voor me meegenomen, met een bemoedigende tekst. Dat hadden ze zo onderling afgesproken. Ook kwamen de meeste leden in de weken na mijn operatie op bezoek.

Ik ben blij dat ik deze bijbelstudiegroep heb gevonden en dat het nu wel lukt om naar de bijeenkomsten te komen. Ik ben blij dat ik niet gewacht heb tot na de operatie, zoals mijn plan was, maar dat de groep voor die tijd al op mijn pad geplaatst werd. Wat een zegen!

 

 

Ik ben niet lui, ik ben autistisch

Jaren geleden was ik eens een weekend weg, met een hoop andere mensen. Degenen die het weekend georganiseerd hadden kregen griep, dus toen we aan het eind van het weekend moesten schoonmaken en opruimen was er niemand die de leiding nam. Wel waren er genoeg mensen die hard aan het werk gingen. Ik niet.

Ik had een taak, ik weet niet meer welke, maar die was klaar. Wat moest er nog meer gebeuren? Ik bood hulp aan bij de afwassers, maar er waren al genoeg mensen in de keuken. Wat kon ik nog meer doen? Iemand zei geïrriteerd dat ik gewoon moest kijken wat er nodig was, en dat gaan doen. Maar wat dan? Ik probeerde nog aan wat andere mensen te vragen wat ik kon doen, maar kreeg soortgelijke antwoorden. Ik liep dus, meer in de weg dan dat ik hielp.

Iemand anders kwam binnen, pakte een bezem, en ging vegen. Dat was een goed idee, ik wilde gelijk zijn voorbeeld volgen. Maar.. nu waren de bezems allemaal in gebruik. Had ik het dus maar eerder bedacht. Ik zat weer te niksen, tot iemand anders, klaar met zijn taak, een veger en blik pakte. Dat had ik dus ook kunnen doen.

Ik weet zeker dat de andere mensen daar dachten dat ik lui was, en probeerde zo min mogelijk werk te verrichten. Maar, dat was niet zo. Ik was zeker wel bereid om te helpen, ook bij de onaangenamere taken. Maar ik wist niet wat ik doen moest. Rondkijken, en bedenken wat er gedaan moet worden, kan ik niet. (Ook in mijn eigen huis niet, daarom krijg ik daar tegenwoordig hulp bij.) Ik voelde me slecht over mezelf, alsof ik faalde. Het lukte andere mensen immers wél om nuttig te zijn.

Tegenwoordig weet ik dat ik autistisch ben, en dat geen overzicht hebben in dit soort situaties gewoon bij me hoort. Ik vraag om een duidelijke taak, en instructies hoe ik die uit moet voeren. Als ik dat krijg, doe ik met liefde de meest ellendige karweitjes, en ziet niemand me meer voor lui aan.

Koffie

Ik ben op papier lid van een kerk, en al ga ik nooit naar de diensten, ik probeer via de kerk wat meer contacten te krijgen. Daarom word ik begin juli aangemoedigd om mee te gaan naar de koffieochtenden die de hele zomer gehouden worden.

De eerste keer word ik opgehaald, omdat ik van mezelf weet hoe moeilijk ik het vind naar iets nieuws te gaan. De andere keren lukt het me wel om zelf te gaan, wat al een overwinning op zich is. In totaal ben ik 4 van de 6 keer aanwezig.

Er zijn inclusief 2 vrijwilligers, tussen de 6 en de 10 mensen. Voor mij een grote groep. Ik heb mijn leven zo ingericht dat ik meestal maar met 1 of 2 mensen tegelijk praat. Activiteiten waar meer mensen aanwezig zijn vermijd ik vanwege angst of overprikkeling. De eerste keer vind ik het ook behoorlijk overprikkelend, vooral als mensen door elkaar praten. Ook vind ik het moeilijk een gesprek te beginnen of op gang te houden.

Toch ga ik terug. Het is een relatief kleine groep, en een veilige setting. Bovendien is mijn agenda deze zomer behoorlijk leeg, dus kan ik het er best bij hebben. Ik besluit het te zien als oefening in contact leggen. Elke week is het iets makkelijker om te gaan, ervaar ik minder angst, en gaan de gesprekken me iets beter af. Ik begin andere vaste gasten te herkennen, en zij mij. Vond ik het de eerste keer vooral moeilijk, de laatste keer vond ik het vooral leuk.

Wel merkte ik dat het me zoveel energie kostte dat ik de rest van de dag bijna niks meer deed. Het sporten dat ik meestal op dezelfde dag had gepland ging dus ook niet door. Maar dat geeft niet. Sporten is moeilijk, maar mezelf sociaal uitdagen ook. Het bewegen heb ik op andere momenten ingehaald. Ook zonder te sporten heb ik mezelf uitgedaagd, en iets gedaan wat goed voor me was.

 

Mooi weer?

Ik ben op een verjaardag en het is ‘mooi weer’. Het is zonnig en warm weer. Dat is helemaal niet mooi, maar met die mening vorm ik een minderheid. Zonnig  of warm weer is een uitdaging. Er is namelijk meer licht. Zoals ik eerder al blogde, had ik lang niet door dat ik overgevoelig ben voor licht. Ik wist alleen dat ik het vervelend vind als de zon schijnt. Daarnaast zijn er als het warm is meer mensen op straat, meer buren hebben hun ramen open zodat je hun tv of radio of gesprek kunt horen, er zijn kortom veel meer geluiden die mijn overgevoelige hoofd moet verwerken.

Zoals altijd met zulk weer, wordt de verjaardag buiten, in de tuin gevierd. Ik doe echt mijn best om zo lang mogelijk buiten te blijven zitten. Een stoel in de schaduw, zonnebril op. Het lukt me een uur. Voor mij behoorlijk lang. Ik besluit naar binnen te gaan en drie anderen volgen me. De rest van het gezelschap blijft buiten. Ook nieuwe gasten die binnenkomen sluiten zich bij het gezelschap buiten aan. Ook krijg ik vragen waarom ik binnen zit, alsof ik iets geks doe.

Ik wil geen zuurpruim zijn, ik weet dat veel mensen genieten van warm en zonnig weer en dat gun ik ze van harte. Toch doet het ook pijn. Ik binnen, het grote gezelschap buiten. Ik (bijna) alleen, zij de gezellige groep. Ik weer degene wie het niet lukt mee te komen, normaal te zijn en zonder te zeuren buiten te blijven zitten. Het maakt dat ik me eenzaam en onbegrepen voel.

Weet je welk weer pas echt mooi is? Ik hou van regen, wind, en wolken. Hoe meer daarvan, hoe mooier het weer is. Toen ik nog goed kon lopen, ging ik weleens een wandeling maken, juist omdat het keihard regende. En toen ik een dakterras had, ging ik in heftige buien op een tuinstoel zitten, heerlijk. Maar als ik op zo’n dag mijn tv aanzet, heeft de weerman het over ‘slecht weer’.  De weerman zou objectief moeten zijn en het gewoon zonnig of regenachtig noemen, zonder er een persoonlijk woord als ‘mooi’ of ‘slecht’ aan te verbinden.

Ik heb liever niet dat mensen tegen mij zeggen dat het weer mooi is als het zonnig is, of verbaasd reageren als ik het weer mooi noem, als het heerlijk hard aan het regenen is. Het zal wel komen doordat ik als autist taal zo letterlijk neem. Stil sta bij dingen die anderen nauwelijks horen. Voor mij moet wat je zegt volledig zijn en kloppen. Dat is misschien wel te veel gevraagd van een zin die voor andere mensen ‘smalltalk’ is, of een leeg statement. Ik voel me snel afgewezen door taal die mijn ervaring buitensluit.

Maar ik was niet alleen. Drie mensen gingen mee naar binnen toen ik ging. Een van hen zei zelfs dat ze liever buiten zit dan binnen, maar dat ze nog liever met mij praatte. Ik had niet de drukte van de groep, maar wel de luxe een paar mensen in een kleine setting te spreken.

Sociaal gedoe

Als je drie goede kennissen hebt in de stad waar je woont, waarvan er drie van plan zijn binnen twee jaar te verhuizen, dan heb je een probleem. En wordt het de hoogste tijd om nieuwe mensen te ontmoeten.

Hoe dan?

Mijn sociale vaardigheden zijn okee, binnen een bestaande relatie. In een nieuw contact weet ik me niet echt goed te handhaven. Vrienden en kennissen kreeg ik tot nu toe via school, de kerk of vrijwilligerswerk. Maar ik zit werkloos thuis, en mijd de kerk alsof die een heel luid orgel heeft en ik overgevoelig ben voor geluid.

Ik ben lid geworden van een boekclub. Dat helpt, nu gebeurt het me af en toe dat ik iemand tegen kom op straat die ik kan groeten of zelfs een praatje van een minuut kan maken. Ook ben ik naar een rustige (nog steeds behoorlijk overprikkelende) dienst van de kerk geweest en daar heb ik ook 1 kennis aan overgehouden, bij wie ik nu regelmatig koffie kom drinken.

Daarnaast ben ik naar iets drinken gegaan. Dat is een spelletjesavond voor autisten. Maar daar had ik dezelfde ervaring die ik altijd heb in een grote groep (groot is meer dan 3 mensen): Ik wist mezelf niet echt te handhaven. Ik zat maar op mijn stoel te zitten, probeerde aansluiting te zoeken bij de gesprekken om me heen, maar dat lukte maar matig. Bovendien vond ik die gesprekken helemaal niet zo boeiend. Ik had kortom een lastige avond en ging er doodongelukkig weg.

Met mijn therapeut heb ik daarna een lijstje opgesteld met mogelijke gespreksonderwerpen voor een eerste contact. Misschien dat het me bij een volgende gelegenheid lukt iets meer initiatief te nemen en zelf een gesprek te beginnen. We zullen zien.