Op de fiets

Ik ben onderweg naar huis van therapie. Stukje lopen, bus, trein, stukje fietsen. Ondertussen is mijn hoofd bezig met het volgende onderdeel op mijn agenda: morgen ga ik bij een vriendin langs, ik moet alleen nog even sms’en hoe laat ik kom.

Sms’en is moeilijk, net zoals alle andere vormen van contact. Wat zeg ik precies? Hoe formuleer ik het? Wanneer ben ik te lang van stof en wanneer te kort? Hoeveel details wil de ander lezen? In de bus en trein naar huis schrijf ik het sms’je honderden keren. Nog niet in mijn telefoon, maar in mijn hoofd. Zo gaat het met brieven en e-mails ook. Honderden denkbeeldige versies, maar geen echte. Ik loop zo vast in mijn gedachten, op zoek naar het perfecte sms’je. Ondertussen heb ik er zoveel te veel over nagedacht dat mijn angst flink is toegenomen. Nu durf ik het sms’je niet eens meer te sturen.

Ik fiets sms’jes-formulerend naar huis en ik zie een vrouw van haar fiets stappen. Het mutsje van haar baby viel en ze raapt het op. Dan zie ik wie deze vrouw is; de vriendin aan wie ik het sms’je moet sturen. Blij stap ik van mijn fiets af en zeg mondeling wat ik te zeggen heb; dat ik tussen half 3 en 3 bij haar ben.

We blijven praten en blokkeren daardoor het fietspad. Een oudere vrouw komt voorbij, wordt door ons gehinderd. Ze zegt hardop, maar niet tegen ons: ‘waarom staan die mensen daar, ze horen daar niet te staan..’ Mijn vriendin zegt: ‘tja..’. Ik zeg niks, maar ik begrijp het. Wat deze vrouw zegt, denk ik zo ontzettend vaak.

Ik ben geen held in het verkeer. Prikkels komen op me af van alle kanten en door mijn eigen snelheid moet ik daar sneller op reageren. Ik raak snel in paniek, vooral als er onverwachte dingen gebeuren. Fietsers die stil staan om te praten waar het niet moet. Scholieren die aan de verkeerde kant van de weg rijden, of met zijn drieën naast elkaar. Wandelaars die voor mij hoorbare muziek meenemen. Wandelaars die oversteken waar het niet mag. Fietsers die bellen, waardoor ze mij niet zien. Vaak stap ik in gedachten af en lees ik al die mensen de les. ‘Weet je wel dat je de dag van een autist met angststoornis net nog iets moeilijker hebt gemaakt?’ Maar ik zeg nooit wat, fiets snel door, naar huis, naar veilig.

Deze vrouw zegt hardop wat ik vaak denk. En dit keer ben ik verstoring, de hindernis. Dat ben ik trouwens wel vaker. Door mijn moeite het overzicht te bewaren, vind ik het moeilijk om mensen in te halen en moet ik altijd af stappen als ik links wil. Andere mensen doen het met gemak, of zo lijkt het, maar ik heb meer dan een paar seconde nodig om in te schatten of er verkeer achter me is en of dat ver genoeg weg is om mijn manoeuvre te maken. Bij op- en afstappen sta ik ook altijd te stuntelen, maar ik weet niet hoe ik dat aan mijn autisme kan koppelen.

Het heeft geen zin om boos te worden op mensen in het verkeer. Soms ben ik degene die zich aan een situatie ergert en soms ben ik degene die ergernis veroorzaakt. Ik doe mijn best het zo goed mogelijk te doen en dat geld vast voor andere mensen ook. Langzaam leer ik het los te laten, mijn paniek in het verkeer wordt langzaam minder en mijn zelfvertrouwen groeit.

Een tijd later spreek ik met de vriendin af dat ik voortaan op een vaste tijd kom en dus niet meer hoef te sms’en. Nu heb ik voortaan op de fiets mijn hoofd vrij om over leukere dingen na te denken en schrijf ik al fietsend een eerste versie van deze blog.

Koptelefoon

Ik zit in een auto. Ik heb het geluk dat ik met iemand mee kon rijden. Een jongen steekt de weg over op zijn fiets. Hij heeft een koptelefoon en een zonnebril op. Ik voel me meteen verwant aan hem, ik fiets ook vaak met beide hulpmiddelen. Zou hij ook autistisch zijn? Maar het was vandaag ook erg zonnig, dus daar kan de zonnebril ook vandaan komen. En tegenwoordig zijn er zoveel jongeren die met een koptelefoon naar muziek luisteren. Ik heb dus geen reden hem zomaar voor autist uit te maken.

Ik deel mijn gedachten niet met de bestuurder van de auto, maar hij onderbreekt ze en zegt: ‘levensgevaarlijk, fietsen met een koptelefoon’. Ik: ‘helemaal niet, dat doe ik zelf ook…’

Al jaren voor ik autisme had (waarmee ik bedoel dat ik nog niet wist dat ik autistisch was) werd ik helemaal gek van alle geluiden om me heen. Ze hielden nooit op, maakten me het leven zuur. Ook ’s nachts was het voor mij niet stil genoeg, de laatste verdwaalde wandelaar of auto en de vogels die weer vroeg begonnen, het was allemaal te veel voor me. Ik was de hele dag bezig met het verwerken van geluiden, droeg mijn oordopjes zo vaak dat ik er oorontstekingen van kreeg en kwam niet toe aan mijn studie of hobby’s. Mijn overgevoeligheid hoort bij autisme, maar lijkt een stukje heftiger dan die van de meeste autisten, waarom weet ik niet. Toen ik over autisme leerde, leerde ik ook dat veel autisten een koptelefoon dragen.

Ik ging samen met Teddy, mijn broer, naar de mediamarkt. Dat is zo’n winkel waar ik nooit kom, omdat er te veel geluid is. Ik moet dagen bijkomen van een paar minuten in zo’n winkel en helaas overdrijf ik nu niet eens. Het was daarom wel een ideale winkel om te kijken of zo’n koptelefoon echt werkt. Heb ik met dat ding op nog net zo veel last van de winkelgeluiden?

Noise-canceling is een misleidend woord. Alleen zachte achtergrondgeluiden, die dingen die de niet-autist waarschijnlijk niet eens opmerkt, worden geannuleerd. De meeste geluiden worden weliswaar verzwakt, maar ze zijn er nog steeds. Net zoals een zonnebril het licht iets vermindert, maar je niet verblindt, maakt mijn koptelefoon me niet doof. Ook met dat ding op raak ik nog vaak genoeg overprikkeld. Maar wel minder vaak. Hij helpt me in het verkeer. Belangrijke geluiden (auto’s, fietsen, getik van stoplichten) blijven aanwezig, maar wel iets minder heftig. De fietsers die laatst achter me reden en over mij gingen praten ‘want ze hoort het toch niet’ hoorde ik ook. De rustgevende muziek helpt me mijn paniek laag te houden, waardoor ik juist béter kan opletten in het verkeer.

Ik draag mijn koptelefoon bijna de hele dag. Zeker als ik hem geluid laat toevoegen, muziek of een podcast, helpt hij me om alle geluiden die niet van belang zijn op de achtergrond te houden. Helpt hij mij de dag te overleven zonder al te veel overprikkeling. Maar geluiden die belangrijk zijn, zowel binnen- als buitenshuis, hoor ik echt nog wel.