U zit op mijn plek

De wekelijkse treinreis. Ik stap in, weet precies waar ik wil zitten. Die stoel is bezet. Mijn tweede voorkeur is ook bezet. De derde dan, die is vrij. Ik baal, maar het is wel okee. Je moet in treinen een beetje geluk hebben, je bent niet de enige.

Nee, mijn vaste plek is niet de plek waar ik ging zitten toen ik de trein voor het eerst nam. Toen ging ik gewoon ergens zitten en overwoog de voor- en nadelen van die stoel. De tweede treinreis ging ik ergens anders zitten en vergeleek de positie. Op een gegeven moment wist ik zeker waar ik wilde zitten. In de stiltecoupé, het middelste bankje, aan de rechterkant. Rechts omdat het beeldscherm met informatie rechts hangt. Dat wil ik kunnen zien als het moet, toegang tot informatie is belangrijk. Het middelste bankje omdat bij het voorste bankje (dat is voorkeur 3) het beeldscherm recht voor me hangt en aandacht opeist op momenten dat ik er helemaal niet naar wil kijken. Met een stoel tussen mij en het scherm in kan ik het beter negeren. Het achterste bankje is voorkeur 2, daar heb ik wel afstand tot het scherm, maar er zit ook een verwarming op de vloer, waardoor mijn rechterbeen onnodig warm wordt.

Ik verlaat de trein, neem de bus, die een ander model is dan normaal, waardoor mijn voorkeursplaats niet eens bestaat, en dan kom ik aan op therapie en loop naar de wachtkamer. Ik kom 2 over half 10 aan, mijn therapie begint om 10 uur. Alle afspraken beginnen om half of heel, dus als ik aankom is de wachtkamer altijd net leeggestroomd. Ik verwacht dus dat ik kan gaan zitten waar ik wil, op de stoel links, links van het gangpad. Maar nee, de wachtkamer is leeg, op één man na. En die zit op de stoel links, links van het gangpad.

Ik ga naast hem zitten, op de rechterstoel. Ik registreer, met verbazing hoe graag ik op ‘mijn’ plek wil zitten. In tegenstelling tot trein en bus, waar het afhangt van de volgorde waarin je instapt, en je soms gewoon blij kan zijn dat je überhaupt zit, had ik hier gewoon verwacht dat ‘mijn’ stoel vrij zou zijn.

Ik spreek mezelf verwijtend toe. Hoezo vaste plek, dit is een openbare ruimte. En nee, je mag niet vragen of hij ergens anders wil gaan zitten, dat is onbeleefd. Je bent Sheldon Cooper niet.

Het is een energielek. In plaats van me nog even te ontspannen voor therapie begint, ben ik me er de hele tijd van bewust dat ik verkeerd zit. Hoewel ik mezelf voorhoud dat dit dwaasheid is, blijf ik er mee bezig.

Na 10 minuten staat de man op. Gelukkig. Zodra hij uit zicht is, sta ik op, loop een meter naar links en ga weer zitten. Op míjn plek. Ik kan me eindelijk ontspannen. Na een minuut komt de man al weer terug, hij kijkt verbaasd. Ik glimlach, maar het blijft even ongemakkelijk. Hij gaat maar zitten waar ik net zat. Gelukkig wordt hij nu snel door zijn afspraak opgehaald. Ik blijf alleen achter in de wachtkamer. Op mijn vaste plek.