De verbouwing (deel 3)

De verbouwing is voorbij, en ik heb een maand later genoeg rust en overzicht om over mijn ervaring te bloggen. Het is eind januari, en ik schrijf in één week de eerste versie van deel 1 , waarin ik over de aanloop naar de verbouwing schrijf, deel 2, waarin de verbouwing zelf plaatsvindt, en het laatste deel, waarin ik schrijf dat ik ook nog wat van het hele gebeuren geleerd heb. Dat klinkt redelijk compleet, waarom komt er dan ook nog een deel?

Omdat ik een brief kreeg. Eind januari, in de week dat ik die blogs aan het schrijven was. Nadat ik al een volle maand gedacht had dat de verbouwing afgerond was. De brief was vaag, ik wist niet eens zeker dat ze in mijn appartement moesten zijn. Mijn woonbegeleider belde om uitleg, en we kwamen erachter dat het raam in mijn gang vervangen moest worden. Toen nam mijn woonbegeleider afscheid, en nam tijdelijke begeleider T. het stokje over. (Over de wisseling van woonbegeleiders heb ik ook een keer geschreven, dat kun je hier lezen.)

Met T. overlegde ik dat ik niet nog een keer aanwezig wilde zijn bij een verbouwing, al was het nog zo’n kleine ingreep. Hij belde het bedrijf voor me, en regelde dat ik de sleutel ergens kon inleveren. Ook dat inleveren deed hij voor me.

Op donderdag zouden ze tussen 9 en 11 bezig zijn. Al om 8 uur werd er een hoogwerker tegen het gebouw gezet, dus vluchtte ik weg. Ik doodde tijd in de bibliotheek en in winkels. Ik had geregeld dat ik bij een vriendin welkom was, maar haar man was ziek, dus dat kon helaas toch niet doorgaan. Wel dronken we samen thee in de stad. Om 11 uur namen we afscheid, ik kon in theorie nu naar huis gaan. Maar ik durfde nog niet. Nog een uur doodde ik met winkelen, toen fietste ik, behoorlijk moe, naar huis.

Vanaf mijn fiets zag ik de hoogwerker al staan. Ze waren dus nog niet klaar. Wat nu? weer wegfietsen? Waarheen? Ik was te moe en overprikkeld voor nog meer winkels. De hoogwerker was niet op mijn verdieping, maar op die erboven bezig, dus ik beredeneerde dat ze bij mij al klaar waren. Maar toen ik mijn voordeur opende, zag ik een nieuw raam naast de voordeur, en aan de andere kant ervan een man, die stond te zwaaien. Ik schrok, en rende naar de woonkamer, hield de deur naar de gang dicht.

Nu kon ik de man niet meer zien, maar hij was er nog wel. Ik moest eigenlijk naar de wc, maar ik wilde niet weer door de gang lopen. Ik wilde ook wel weer wegvluchten, mijn huis uit, maar ook dan moest ik door de gang met die man aan het andere kant van het nu doorzichtige raam. Bovendien had ik nergens om heen te gaan.

 

Ik zat op de bank. Ze waren vast zo klaar. Ik moest maar eens gaan lunchen. Toen ging de deurbel. Niet de intercom, waarbij je met een schermpje eerst kunt kijken wie er is, maar de deurbel van mijn voordeur. Ik wist niet wat ik moest doen.. Ik was labiel en gestresst, en net als bij het vorige deel van de verbouwing, was ik bang dat als ik nu met een vreemde zou moeten praten, ik niet anders zou doen dan huilen.

Ik deed dus niet open.  Bleef zitten op de bank. Maar toen hoorde ik het geluid van een sleutel die in het slot werd gestoken. Mijn voordeur ging open. Een onbekende was in mijn gang, en als ik nu zou verraden dat ik thuis was, zou het alleen maar awkward worden, ik had immers niet opengedaan. Ik bleef verstijfd zitten. Wilde eigenlijk naar mijn slaapkamer vluchten, onder mijn bed gaan kruipen, maar dat zou geluid maken.

Ik hoorde niks meer op de gang, na een paar minuten al niet meer. Toch kon ik niet zeker weten dat hij weg was. Ik besloot minstens een uur te wachten. Als ik een uur lang niets hoorde, was hij vast weg. Van 10 over half 1, tot tien over half 2 zat ik daar, op de bank. Te bang om geluid te maken en tegelijk doorhebbend hoe belachelijk dat was.Toen opende ik voorzichtig de gangdeur, eerst op een kiertje. Tot mijn opluchting was er niemand. Ik deed de deur verder open. Bekeek verbaasd mijn nieuwe raam. Wat een uitzicht had ik opeens.

 

De verbouwing (deel 1)

Eind 2018 vond er een kleine verbouwing plaats in mijn appartementencomplex. Voor mij leverde dat veel angst en overlast op. Ik heb in die nare weken ook veel over mijn eigen autisme geleerd. Het heeft een tijdje geduurd voor ik erover kon schrijven en nog langer voor ik het met de wereld wilde delen. Hieronder vind je deel 1.

 


Aarzelend geef ik eind augustus de brief aan mijn woonbegeleider. Ze is nieuw in mijn leven, ik ken haar nu twee maanden en daartussendoor is ze ook nog op vakantie geweest. Ik durf niet, maar ik heb ook wel door dat ik niet kan doorgaan met wat ik nu doe: de inhoud ervan negeren.

Het is niet de eerste brief, maar minstens de vijfde. Eerst waren er brieven van de woningbouw. ‘Er kan een aannemer bij u binnen willen kijken om een offerte te maken voor de verbouwing waar we u eerder over hebben ingelicht.’ Later ook brieven en e-mails van de aannemer, die inmiddels niet meer voor een offerte, maar voor de planning mijn woning moet bekijken.

Het is voor mij heel onduidelijk. Welke verbouwing? Waar willen ze naar kijken? Ik ben helemaal niet eerder ingelicht, ik heb wel een keer iets gelezen over kozijnen, maar die zitten toch aan de buitenkant?

Het is voor mij heel beangstigend. Vreemde mensen en een onduidelijke situatie. Het helpt ook niet dat de brieven en e-mails mij vragen zélf het bedrijf te bellen. Bellen is een van de engste dingen die er bestaat.

Ik heb veel gelezen over mensen met schulden en weet dat als de stress maar lang genoeg hoog genoeg is, de brieven niet eens meer geopend worden. Het zou veel handiger zijn om, ook als je niet kan betalen, het bedrijf te bellen en iets te regelen, maar iets in die situatie werkt verlammend. Het brein reageert op stress met ‘vecht, vlucht of bevries’. Ik heb geen schulden, maar de mogelijkheid van een verbouwing in huis geeft mij zoveel stress dat ik ook zo reageer en ik kies voor die laatste optie, bevries, hoewel ik door heb hoe dom dat is.

Maar terwijl ik die brieven maandenlang negeer krijg ik een autismediagnose, meer kennis over mijn eigen brein en een woonbegeleider. Dus op een dag leg ik de genegeerde brief bovenop de weekplanning, die ik altijd met haar doorneem.

Zij belt het bedrijf en een afspraak wordt gemaakt om mijn huis te bekijken. Het blijkt te gaan om isolatie van mijn inbouwkasten en de hele berging krijgt een nieuw plafond. Het zal weinig geluid maken, lichte overlast als ze bij mij bezig zijn en als ze de buren doen, hoor ik ze waarschijnlijk niet eens. De verbouwingen beginnen binnenkort, misschien al in oktober.

Over die datum blijf ik in het ongewisse, tot een week van te voren. Dan hoor ik dat op donderdag 29 november tussen half 8 en kwart over 4 aan de beurt ben. Ook vrijdag zijn ze in mijn gebouw bezig en als het uitloopt eventueel nog de maandag en dinsdag erna.

Ik heb de optie om ergens een sleutel af te geven, maar vind het een naar idee om vreemden in mijn huis te hebben zonder toezicht. Maar ik ben ook heel bang voor hoeveel geluid er misschien is als ik thuisblijf. Uiteindelijk vraag ik mijn broer om langs te komen, het plan is dat we samen thuisblijven tot de bouwvakkers aanbellen, dan ga ik onmiddellijk weg en in mijn favoriete theewinkeltje zitten en als het verbouwen voorbij is, zal Teddy laten weten dat mijn huis weer veilig is of zelf ook naar het theewinkeltje komen.

Ik maak me vooral zorgen om de mogelijkheid dat de bouwvakkers eerder aanbellen dan mijn broertje, dus ik vraag mijn woonbegeleider te bellen om een preciezer tijdstip. Zo horen we dat ik het tweede adres ben die donderdag en dat ik waarschijnlijk al vroeg op de ochtend aan de beurt ben, na de buurman die naast mij woont.

De week van de verbouwing is mijn woonbegeleider net op vakantie, maar ik denk dat het wel goed komt. Ik heb om extra duidelijkheid gevraagd rond de tijdstippen en mijn broer zal er bij zijn. Er is in september al gezegd dat het wel mee zal vallen met het geluid, dus ik neem aan dat ik dat wel aankan, zeker als ik gewoon de hele dag mijn koptelefoon ophoud.

 

En nog een woonbegeleider

Met mijn autismediagnose kreeg ik het advies woonbegeleiding aan te vragen. Om me te helpen met planning en huishouden en zelfzorg. Dat deed ik, en ik kreeg er…. 8

  1. N. was de eerste. Zij kwam het begin van de zomer (vorig jaar) mijn leven in. Wat vond ik dat lastig, iemand die in je huis komt, die aanbiedt je te helpen met wat je maar nodig hebt. Ik wist dat ze er was omdat ik die hulp nodig heb, maar dat maakte het niet makkelijk om die hulp ook te accepteren. Langzaam liet ik haar meer toe. Ik kreeg een brief waar ik echt geen raad mee wist, en zij loste dat voor me op. Per week groeide mijn vertrouwen iets. Mijn huis werd verbouwd, wat voor mij extreem angstig en stressvol was en ze was er voor me. Ze overtuigde me dat ik meer duidelijkheid mocht vragen aan het bouwbedrijf en belde ook namens mij dat bedrijf met mijn vragen.
  2. Ondertussen was R. er ook. N. was mijn a-begeleider, die ik wekelijks zie,  R. was de b-begeleider. Die gaat meer over langetermijndoelen en planningen. Ik zag hem eens in de 1 a 2 maanden en dat ging prima.
  3. N. nam na een half jaar ontslag en werd vervangen door T., die tijdelijk was. Hij was ingehuurd via een uitzendbureau en zou mijn begeleider zijn tot er een definitieve vervanger gevonden werd. Hij was er in die paar weken wel voor me, maar ik nam niet de moeite om hem echt in vertrouwen te nemen rond de dingen die ik moeilijk vind, hij zou toch maar een paar weken blijven.
  4. Toen kwam G. Ze was nieuw in het vak, maar had er wel veel zin in. Ik vond haar aardig, maar ze was beter in poetsen dan in een goede planning maken waarin ík zou poetsen. Ik had het idee dat ik niet de goede hulp kreeg, maar vond dit lastig te verwoorden. Maar het zou na verloop van tijd wel beter gaan, ze was nog nieuw…
  5. Toen kreeg ik een telefoontje van R., de B-begeleider, dat hij en G. allebei weggingen. G. zat nog in haar proeftijd en heb ik na dit telefoontje niet meer teruggezien, van R. heb ik wel afscheid kunnen nemen. In plaats van twee nieuwe begeleiders in een keer, zou I. beide rollen vervullen. Maar meteen na dit telefoontje bood I. ook haar ontslag aan. Ze heeft me nog wel een paar weken begeleid.
  6. H. wordt mijn nieuwe B-begeleider. Ik heb net met hem kennisgemaakt en hij lijkt me wel okee. Een pluspunt is dat hij mijn therapeut al kent, en volgens haar is hij een goede begeleider. We zullen zien.
  7. C. wordt mijn nieuwe a-begeleider. Ik ontmoet haar volgende week.
  8. Ik heb haar nog niet ontmoet, maar al wel gehoord dat C. zwanger is. Ik zal dus over een paar maanden weer te maken hebben met een tijdelijke begeleider.

Als mijn voornaamste hulpvraag zou zijn: oefenen met kennismaken, zou dit het ideale traject voor me zijn geweest. Ik heb in een half jaar met 4 begeleiders kennis gemaakt en volgende week staat nummer 5 op de planning. Een paar keer wist ik dat het om een tijdelijke situatie ging, een paar keer was het einde voor mij best abrupt. En al die tijd zijn er hulpvragen geweest die ik genegeerd heb, niet uitgesproken heb, omdat ik me er voor schaam, bang ben en de nieuwe hulpverlener nog niet genoeg vertrouwde. Het is moeilijk om tegen een vreemde, vooral als je weet dat die niet lang zal blijven, open te zijn over alles.  Maar dat is jammer, want daarmee doe ik vooral mezelf tekort.

Ik hoop op een toekomst met constante begeleiding, mensen die een paar jaar op dezelfde werkplek blijven. Maar als dat niet gebeurt, zal ik moeten leren om toch open te zijn over dingen die ik nog niet wil delen en hulp te vragen. Het alternatief is namelijk, dat ik alleen blijf worstelen met dingen, waarvoor ik hulp zou kunnen krijgen.