Schilders

Ik doe het weer. Ik probeer mijn post te negeren. Wat er in staat is te groot, te moeilijk, te ingewikkeld. Het is een brief met veel onduidelijkheid, die een angstige gebeurtenis aankondigt, en in plaats van om duidelijkheid te vragen (alleen of met hulp van een woonbegeleider) schiet ik in de ontkenning.

Af en toe schiet de brief door mijn hoofd. Ik moet ‘m echt een keer herlezen. Toch gebeurt er niets. Pas als ik op maandag een man in werkkleding bij de voordeur tegenkom, denk ik: ‘oh shit, dat is vandaag’ en herlees ik eindelijk de brief.

Uw woning wordt binnenkort aan de buitenkant geschilderd. Tussen maandag [datum] en vrijdag [datum]. De schilders sturen u uiterlijk 2 dagen voor de start een brief met de datum waarop ze uw woning gaan schilderen.

Dinsdag zijn de schilders er al vroeg. Luidruchtig overleggen ze onder mijn slaapkamerraam (okee, ik hou wel op met proberen te slapen) en gaan ze een steiger opbouwen. Ik ben boos. Boos die eigenlijk uit angst voortkomt. Er stond in die brief dat er twee dagen van te voren bericht zou zijn. Dat is er niet, dus mogen de schilders niets doen. Koppig besluit ik elke medewerking te weigeren. Tot mijn opluchting worden de steigers naar de overkant van de straat geduwd, dat gebouw is ook van de woningbouwvereniging. Die dag heb ik eigenlijk nergens last van, af en toe zie ik schilders, maar ze maken weinig geluid en ze zijn aan de overkant bezig. Wel ontvang ik de beloofde brief. Woensdag, mijn huis doen ze woensdag.

Woensdag begint de herrie om 6.33. Wederom ben ik genoodzaakt slapen op te geven. Ik zet al mijn ramen open, zoals de brief me sommeerde. Gisteren waren ze (na het opbouwen van de steiger) stil, maar nu is er een of ander apparaat, met motor. Die zoemt de hele ochtend. Ik word gek van het geluid. Nee, ik raak overprikkeld van het geluid. Ik was al angstig van al het ongebruikelijke, en dit geluid tast mijn energievoorraad enorm aan.  Als dit zo doorgaat zit ik halverwege de dag in een shutdown of een meltdown, dit is echt niet goed voor me.

Gelukkig worden om 10 uur mijn boodschappen bezorgd. Nu hoef ik niet meer alert te blijven op de deurbel, en ik besluit mijn gehoor hermetisch af te sluiten. Oordopjes én een geluidannulerende koptelefoon. Normaal doe ik dit alleen met oud en nieuw, maar nu moet het ook maar.

De rest van de ochtend en middag zijn best relaxed. Ik ben gespannen, maar mijn broer is er goed in me af te leiden op telegram (een chatprogramma). De oordopjes drukken onnatuurlijk hard op mijn oren, maar verder gebeurt er niets. Geen schilder te zien. De steiger staat nog steeds waar hij gisteren is achtergelaten. Boos vraag ik me af of ze uberhaupt nog komen, of dat ik voor niets dit allemaal doormaak. Dan, iets na tweeën, beweging. Mijn gordijn zit 95% dicht, maar laat nog net een arm zien. De schilder is nu bij mij bezig.

Ik voel me niet meer veilig in de woonkamer. Of in de slaapkamer. Als ik de schilder kan zien, kan hij mij zien. Ik kan hier niet mee omgaan, en ik trek me terug op de gang. Ik neem drie boeken mee, en een laptop. Ik besluit de schilder een uur te geven en dan polshoogte te gaan nemen. Al gauw wou ik dat ik ook kussens had meegenomen naar de gang, maar ik ga niet terug om ze te halen.

Na een uur is de schilder verdwenen, en werkt er een andere man aan het apartement tegenover het mijne. Zijn ze nu klaar met mijn huis? Ik weet het niet, maar de rest van de middag gebeurt er niks meer. Om 5 uur durf ik mijn oordopjes weer uit te nemen, nog net genoeg tijd om te sporten voor het avond is.

Donderdag heb ik mijn afspraak bij de obesitaskliniek, en dus sta ik vroeg op. Aha, denk ik als ik de schilders om kwart voor 7 hoor, mij maken jullie vandaag niet wakker. Die ochtend overwin ik mijn angst voor een trein vol mondkapjes, en heb ik een slopende ochtend. Mijn hoofdpijn wordt steeds erger, en onderweg naar huis denk ik alleen maar: zodra ik thuis ben, ga ik in bed liggen.

Maar als ik thuiskom, staat er een steiger voor mijn slaapkamerraam. Moe trek ik me maar weer terug in de gang, dit keer mét kussens. Daar lig ik op de vloer, en val ik uiteindelijk in slaap.

Dacht ik op woensdagavond nog dat ik er van af was, nu denk ik dat niet meer. De steiger staat voor mijn middelste raam, dus het is logisch om te beredeneren dat ze klaar zijn met mijn slaapkamer en één woonkamerraam, maar de andere twee nog moeten. Morgen dus weer ellende. Een onrustige nacht vol dromen over schilders volgt.

Dit keer doe ik mijn ramen bewust dicht. Dan kunnen de schilders er niet bij, en dan weet ik, maar het dempt het geluid van buiten genoeg om niet meer overprikkeld te raken. Wel zit ik erg slecht in mijn vel, angst en overprikkeling, en als de deurbel gaat zie ik het niet zitten hier iets mee te doen.

Gelukkig komt op vrijdag mijn woonbegeleider, en zij regelt met de schilders dat ze me vandaag met rust laten. Dan gaan ze het maandag bij mij afmaken, en moeten mijn horren er ook af. Ik vind het niet leuk, maar het moet maar. Ik kan in ieder geval een lang weekend uitrusten.

Maandag word ik ‘pas’ om  7.02 wakker van de schilders. Ik hoor ze onder mijn raam constateren dat mijn horren weg zijn. Ik ben nog niet uitgerust, dus ik probeer verder te slapen met oordopjes in. Dat lukt niet, maar de oordopjes houd ik voorlopig in. Gisteravond heb ik alle ramen voor ze geopend, en daarna er hard mijn best op gedaan de gordijnen zo dicht mogelijk te sluiten, zonder kiertjes. Ik kan nu dus ook niet naar buiten kijken om te zien of ze echt bij mijn ramen bezig zijn. Ik hoop maar dat dat echt het geval is, en dat dit de laatste dag is met open ramen en oordopjes. Meestal krijg ik oorontstekingen van oordopjes, dat is dit keer niet het geval, maar de druk op mijn oren zorgt wel voor hoofdpijn.

Dinsdag ben ik opgelucht. Mijn ramen kunnen gewoon dichtblijven vandaag, ze zijn bij mij inmiddels klaar. Ik heb wel last van het geluid, dat wederom om half 7 begon, maar met mijn ramen dicht is dit een stuk beter te behappen. Zelfs de steiger die weer voor mijn raam wordt gezet deert me niet. Ze waren bij mij klaar, daar houd ik me aan vast. Ik zit zo goed in mijn vel dat het ook weer lukt om de intercom op te nemen als er om half 9 aangebeld wordt.

De schilders. Ze vragen of mijn raam open kan. Maar, ze zouden toch gisteren mijn huis afmaken? Een onduidelijk antwoord volgt, het komt er op neer dat mijn raam open moet. ‘Maar het duurt maar een halfuurtje, mevrouw.’ Ik heb de tegenwoordigheid van geest om om uitstel te vragen. ‘Tussen 10 en 12 ben ik niet thuis, kan het dan?’ Dat kan. Om kwart voor 10 doe ik al mijn ramen open, en ontvlucht ik mijn huis. Als ik om half 1 thuiskom, is er niemand bij mijn apartement bezig, en doe ik de ramen weer dicht. Zijn ze nu echt klaar met mijn gedeelte?

De eerste brief repte over 5 dagen, maar de schilders blijven in totaal tweeënhalve week. Mijn gedeelte is na die tweede dinsdag echt klaar, maar ze blijven aan het gebouw bezig. Voor mij zijn het weken vol angst, stress, en weinig energie. Ik heb twee weken lang hoofdpijn, wat door stress, overprikkeling, of oordopjes zou kunnen komen. Iedere keer als ik uit het raam kijk zie ik hun keet weer, wat mij er aan herinnert dat het gevaar nog niet geweken is. Er zou van alles kunnen gebeuren. Maar op de derde woensdag kijk ik uit het raam, en is de keet vertrokken. Ik ben er vanaf.

De hoofdpijn en gebrek aan energie blijven nog een paar dagen, maar er zit nu een opgaande lijn in. Met de dag gaat het weer beter met me. Met mijn woonbegeleider evalueer ik de gebeurtenis. Ik baal ervan dat zoiets kleins zoveel met me doet. In het dagelijks leven loop ik maar weinig tegen mijn autisme aan. Nu ervoer ik dat iets wat voor de meeste mensen een kleine hindernis zou zijn, mijn leven totaal ontwrichtte.

Mijn woonbegeleider verdedigt me. Het was niet iets kleins. Het was een gebeurtenis met veel onduidelijkheid, er waren afspraken waar men zich niet aan hield, ik wist niet meer waar ik aan toe was. Er was erg veel geluidsoverlast, wat bij mij áltijd ingewikkeld is, en de timing was voor mij ronduit slecht, omdat het samenviel met mijn bezoek aan de kliniek, waar ik normaal ook al een paar dagen van moet bijkomen. Maar de volgende keer als er iets aan mijn huis moet gebeuren, zegt ze, moet ik haar de brief gewoon geven. Dan gaan we samen bellen en om duidelijkheid vragen, en zorgen dat van beide kanten de afspraken en verwachtingen helder zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s